kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Chicago-jazz

Jazz-stijl die werd ontwikkeld in de jaren '20 (tussen 1925 en 1930).

Toen het uitgaanscentrum Storyville in New Orleans, dat jarenlang het onbetwistbare centrum van de jazzmuziek was geweest in 1917 werd gesloten, weken talrijke jazzmuzikanten van de havenstad naar het noorden van de Verenigde Staten uit om daar geld te verdienen.

Chicago werd het nieuwe jazz-centrum, waar zich een nieuwe, naar de stad genoemde stijl ontwikkelde. Jazz en blues versmelten er tot de boogie-woogie.

King Oliver, die uit New Orleans komt, vormt er in 1920 zijn eigen Creole Jazz Band en trekt de getalenteerde jonge trompettist Louis Armstrong aan. Gezamenlijk vormen ze de New Orleans jazz om in de richting van meer vrije en vloeiende ritmes; meer zangerig bovendien.

Na zijn vertrek uit de band van King Oliver groeit Armstrong uit tot één van de grootste jazzsolisten. In zijn vocale en instrumentale improvisaties is duidelijk te horen dat de jazz beïnvloed is door blues en gospelmuziek.

Kenmerkend voor de Chicago-stijl was het toenemende belang van de solo-improvisatie ten nadele van de vroegere collectieve improvisatie. De banjo werd vaker vervangen door de gitaar en de tuba werd vervangen door de contrabas. De saxofoon nam een steeds prominentere plaats in als solo-instrument en de veranderde ritmiek met een gelijkmatige 4/4-maat anticipeerde reeds op de swing van de jaren '30.

De overgang naar de swing was vloeiend en daarom waren alle jazz-grootheden van deze tijd in beide genres thuis.

Tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Chicago-jazz behoorden Bix Beiderbecke, Eddie Condon, Jimmy McPartland, Pee Wee Russell, Bessie Smith, Joe Oliver en Louis Armstrong.

Websites: www.muziekweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 136.