kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Carlo Gesualdo da Venosa

( Don) Carlo Gesualdo da Venosa

Napolitaans componist en luitspeler, prins van Venosa, Napels ca 1566 – Gesualdo 1613

Don Carlo Gesualdo, een vriend van T. Tassos, componeerde kerkmuziek in min of meer traditionele stijl, maar ook madrigalen die door hun vooruitstrevende harmoniek en expressieve chromatiek hun tijd ver vooruit waren.

Madrigaal = meerstemmige compositie waarin teksten over wereldlijke aangelegenheden als hartstocht en eer centraal staan.

Hij gaf de traditionele a cappella koorstijl vorm in madrigalen en gold als de belangrijkste madrigalist uit zijn tijd. De madrigaalkunst van Gesulado heeft een verrassend chromatische karakter van de vocale lijnen, overigens wel altijd ingegeven door de inhoud van de teksten.

Deze Napolitaanse edelman is de auteur van een experimenteel oeuvre waarin hij speurde naar steeds weer nieuwe expressiemiddelen; door ritmische en vooral ook harmonische vernieuwingen (chromatiek en harmonie) heeft hij een buitengewoon persoonlijk uitdrukkingsniveau weten te bereiken. Gesualdo staat als een poortwachter tussen de oude muzikale stijl (prima prattica) en de nieuwe stijl (seconda prattica), een duidelijke overgang in de muziekgeschiedenis die zich rond 1600 afspeelde. Als Janusfiguur overziet hij dat wat zich in het verleden afspeelde en blikt hij tegelijkertijd in de toekomst, daarbij tot op de dag van heden vele eigentijdse componisten inspirerend.

In de tijd van Don Carlo Gesualdo Principe di Venosa was er grote behoefte aan emotionele expressie in de muziek. Om deze expressie te verwezenlijken probeerde men de tekst zo helder mogelijk over het voetlicht te krijgen door minder polyfoon te schrijven en zangers te laten begeleiden door een basso continuo, de zogenaamde seconda prattica Gesualdo bleef het echter zoeken in de oude vormen van de prima prattica en verwezenlijkte grote expressiviteit door het gebruik van zeer gewaagde opeenvolgingen van harmonieën en grote contrasten in tempo. Hij is hoofdzakelijk bekend geworden door zijn zes boeken met vijfstemmige madrigalen. In deze madrigalen lijkt Gesualdo totaal in beslag genomen door het thema liefde en dood. Gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven waren hier waarschijnlijk niet vreemd aan: vanaf 1590 zag hij zich genoodzaakt een teruggetrokken bestaan te leiden, omdat hij zijn vrouw en haar minnaar vermoord had, nadat hij hen betrapt had "in flagrante delicto".

Als componist uit de Laat-renaissance valt hij nauwelijks te plaatsen. De tekst wordt vaak in gefragmenteerde gedaante op muziek gezet. De melodieën zijn opgebouwd uit heel grote en heel kleine intervallen en klinken bijna eigentijds. De chromatiek (vaak gelieerd aan de tekst) die zijn werk kenmerkt, is zeer ongebruikelijk voor zijn tijd. Maar buiten al deze technische kenmerken klinkt Gesualdo's werk ongemeen warmbloedig en tegelijkertijd transparant.

levensloop
Men gaat ervan uit dat Carlo Gesualdo in Napels bij een leraar studeerde. Maar ook P. Nenna uit Ferrara wordt wel genoemd als mogelijk leraar.

Gesualdo
Gesualdo was een landbouwplaats in de Samnitische Apennijnen, gelegen tussen de rivieren Calore en Ufita. De plaats werd gesticht in de tijd van de Longobarden door Gesualdo di Benevento, stamvader van de leenfamilie Gesualdo, die de streek rondom deze plaats in bezit had.

flagrante delicto
De naam Gesualdo is niet alleen verbonden met zijn werk als componist maar ook met een misdaad die hij op 16 oktober 1590 heeft begaan. Carlo Gesualdo vermoordde zijn vrouw Maria d’Avalos en haar geliefde Fabrizio Carafa nadat hij ze op heterdaad betrapte. Aangezien het een edelman niet past eigenhandig zijn vrouw te vermoorden, liet Carlo Gesualdo , prins van Venosa, zich bijstaan door enkele bedienden. Ze drongen de slaapkamer van Maria Gesualdo d'Avalos binnen, betrapten haar en haar minnaar volgens een oud verslag in flagrante delicto di fragrante peccato, en losten enkele schoten. Waarna de prins het karwei afmaakte, en de buik van zijn echtgenote opensneed met 53 messteken.

De dood van Maria Gesualdo en haar geliefde Fabrizio Carafa, hertog van Andria, schokte anno 1590 niet alleen de stad Napels. Het nieuws drong door tot in alle uithoeken van Italië, en werd tot onderwerp van menige versregel. Van Cortese, van Marino, van Torquato Tasso ('O zielen, van de aard gevloden, waar zij stervend helse kwellingen doorstonden'). Dat zijn niet de verzen die Carlo Gesualdo di Venosa het liefst op muziek zette. De beste, schrijnendste, in het gebruik van dwarse kruizen en mollen meest radicale madrigaalcomposities van Gesualdo zijn vaak gezet op tweederangs poëzie. Een voorkeur die Carlo Gesualdo – goudmijn voor musicologen, toetssteen voor vocale ensembles en vereringsobject van twintigste-eeuwse modernisten als Stravinsky (Monumentum pro Gesualdo ), Maderna, Berio en Van Vlijmen (Omaggio a Gesualdo ) – gemeen heeft met andere groten van de muziek.

Gesualdo werd niet vervolgd omdat het om eerwraak ging, maar hij werd wel de rest van zijn leven geplaagd door schuldgevoel: volgens de overlevering liet hij zich dagelijks door een dienaar geselen.

Wie te boek staat als de opensnijder van een 21-jarige echtgenote, en verder niet overloopt van levenslust, kan lang wachten voor hij beschouwd wordt als aantrekkelijke partij voor een nieuw huwelijk. Behalve als hij ook te boek staat als een van de rijkste grondbezitters van Italië, en geacht wordt aan touwtjes te trekken in het Vaticaan. Een oom van Gesualdo – de later heilig verklaarde Carlo Borromeo – resideerde er als invloedrijk kardinaal. In de ogen van Alfonso II d'Este, hertog in het Noord-Italiaanse Ferrara, maakte het Gesualdo tot de ideale partner voor een nog ongetrouwde nicht, Leonora d'Este. De eenzame kasteelbewoner uit de Napolitaanse heuvels schijnt het wel best te hebben gevonden, maar hij moet vooral geinteresseerd zijn geweest in het luisterrijke muziekleven aan het Ferrarese hof, waar hij in 1594 een paar maal op bezoek ging. Hij stak er het voorbeeld op van een huiscultuur met vaste zangers en musici, en een eigen muziekboekdrukker.

In 1594 trouwde de vorst van Venosa voor de tweede keer: met Leonora, uit het voorname geslacht d’Este. Het was aan dit luisterrijke hof dat Gesualdo contacten legde met toonaangevende musici als Luzzaschi en zich bekwaamde in de madrigaalkunst. In totaal zou hij 6 boeken publiceren, waarvan vooral V en VI zich kenmerken door extreme chromatiek en dissonanten.

Tijdens zijn tweede huwelijk met Beatrice d'Este blonk hij evenmin uit als liefhebbende echtgenoot. Het hof van Ferrara haalde dan ook opgelucht adem toen hij naar zijn eigen kasteel vertrok. Door zijn huwelijk met Eleonora d'Este kreeg hij wel een sterke band met het vostenhuis van Ferrara. Meestal woonde Gesualdo echter in zijn paleis in Venetië. Daar beschikte hij over een privéorkest dat in eerste instantie zijn composities speelde.

Madrigalen Boek 2
'In extreme mate shockerend, want het ene akkoord volgt zonder enig verband op het andere.' De 18de-eeuwer die dit schreef kon het veelvoud aan schijnbaar willekeurige, schrijnende dissonanten, onvoorbereide, wrange chromatische verschuivingen en samenklanken van renaissancecomponist Gesualdo niet verdragen. Alle muziekwetten werden met voeten getreden. Voor Gesualdo zelf maakte het niet uit: hij liet zijn muziek uitvoeren door zijn eigen kapel, op zijn eigen landgoed en kasteel, en hij beschouwde zichzelf als de enige luisteraar die er recht op had.
Van Gesualdo zijn vooral de laatste bundels madrigalen bekend, waarin hij een volledig eigen expressieve stijl heeft ontwikkeld. Het aftasten en zoeken naar die eigenheid kenmerkt zijn vroege werk. Wat al wel ontegensprekelijk is, is dat Gesualdo een man van contrasten is. Harmonisch complexe passages wisselen af met momenten van eenvoud, complex contrapunt wisselt af met rustgevende harmonie. Dat alles staat, hoe kan het ook anders, steeds in direct verband met de teksten die steeds maar weer schommelen tussen leven en dood, tussen liefdesgeluk en -verdriet. Ondanks het feit dat hij in dit vroege stadium van zijn componistencarrière nog gebonden is aan conventies, laat hij zich harmonisch door de dood en het verdriet inspireren om te experimenteren met verregaande dissonanten. De meer levendige madrigalen zijn dan misschien harmonisch iets braver, toch tonen ze zonder twijfel Gesualdo's meesterschap op gebied van contrapunt. manierisme
Gesualdo is stilistisch geen eenling. Hij maakte deel uit van een groep kunstenaars - componisten, maar ook schilders en beeldhouwers - die geboekstaafd werden als manieristen, effectmakers.

Madrigalen Boek 3
Zijn de eerste twee nog redelijk conventioneel, in het derde horen we al duidelijk de hoogmaniëristische, getormenteerde Gesualdo: ‘Sospirava il mio core’ is een treffend voorbeeld.

In zijn madrigaal Io tacerò beschrijft Carlo Gesualdo hoe hij zijn gruwelijke liefdespijnen in stilte doorstaat: “ik zal zwijgen”, laat hij de zangers zeggen. “Maar in mijn stilte zullen tranen en zuchten vertellen over mijn martelaarsschap.”

Sacrae Cantiones
In 1603 publiceerde Don Carlo Gesualdo di Venosa (1560-1613) twee boeken met Sacrae Cantiones: een voor vijf stemmen en een voor zes en zeven stemmen. In zijn madrigalen had hij al blijk gegeven van zeer eigenzinnige opvattingen op het gebied van chromatiek, harmonie en modulatie, en ook voor zijn geestelijke muziek gebruikt hij tot dan toe ongehoorde expressiemiddelen. Samen met de beroemde Responsoria voor de Goede Week (1611) vormen de Sacrae Cantiones het leeuwendeel van Gesualdo's religieuze repertoire.
De Cantiones voor zes en zeven stemmen hebben naast hun grote kwaliteiten één in het oog springend bezwaar: ze zijn niet compleet overgeleverd. Van alle twintig stukken ontbreken de bassus- en de sextuspartij, en incomplete muziek wordt zelden of nooit uitgevoerd. Het is echter muziek die het zeer verdient om te klinken. Dat vond Igor Strawinsky ook. Uit waardering voor de tegendraadse componist completeerde Strawinsky drie van de twintig incomplete Cantiones ter gelegenheid van de vierhonderdste geboortedag van Gesualdo.

Madrigalen Boek 5 & 6
Alhoewel zijn eerste vier boeken madrigalen (1594–1596) nog de conventionele verfijnde stijl van zijn tijd vertonen; vallen boek 5 en 6 (1611) en de in 1626 gepubliceerde zesstemmige madrigalen op door bijzondere melodische toonschildering en vooral door gedurfde harmonische akkoordverbindingen.

Responsoria voor Witte Donderdag
Gesualdo's Responsoria Sanctae Spectantia et alia ad Officium Hebdomadae (Napels, 1611) bevat zesstemmige zettingen van alle zevenentwintig responsoria voor de donkere metten, aangevuld met twee andere eenvoudige gezangen (Benedictus en Miserere) voor het officie. In deze responsoria gebruikt Gesualdo zijn experimentele harmonische verbindingen wat spaarzamer dan in de madrigalen. Maar doordat ze temidden van langzaam voortbewegende, uiterst donker gekleurde passages staan, hebben ze een hartverscheurende uitwerking. Zie ook responsoriaal.
De Responsoria van Carlo Gesualdo stammen uit de laatste, rijpste periode van zijn leven. Ze verschenen in 1611 te Napels in druk. De inhoud van de evangelieteksten maar ook de vaste, en toch contrastrijke vorm van de Responsoria inspireerden Gesualdo tot het schrijven van een aangrijpend meesterwerk waarin hij een duister en dramatisch beeld schept van de lijdende Christus.

Gelukkiger is de kasteelheer er met zijn tweede huwelijk nooit op geworden. Zijn zoontje uit het tweede huwelijk stierf. De enig overgebleven zoon uit zijn eerste huwelijk, Emanuele, werd vader. Maar ook het kleinzoontje stierf. Ook Emanuele stierf. Gesualdo stierf enkele weken later, 8 september 1613, teruggetrokken in een zijkamer naast zijn muzieksalon.

WERK:
Don Carlo Gesualdo componeerde kerkmuziek, motetten en responsoriums en talrijke (10) madrigalen (zes banden, 1594-1611).

Zijn wroeging over de moord op zijn eerste vrouw kwam te pas bij het schrijven van zijn meesterwerk, de Responsoria voor Goede Vrijdag, vol pijn en donkerte.

Strawinsky
Dat Gesualdo tot op de dag van vandaag blijft boeien, dankt hij, behalve aan zijn levensloop, toch vooral aan zijn muziek. In de vorige eeuw nog hielden uiteenlopende figuren als Aldous Huxley en Igor Stravinsky zich intensief met de mens Gesualdo en zijn muziek bezig. Strawinsky heeft in 1960 drie onvolledig bewaard gebleven kerkmuziekwerken aangevuld en drie van Gesualdo's madrigalen herschreven voor strijkers en blazers (Monumentum pro Gesualdo di Venoza ad CD annum).

Strawinsky heeft niet geprobeerd een reconstructie te maken. Soms heeft hij zelfs de meest voor de hand liggende oplossing vermeden. Wat hij wel heeft gedaan, is opnieuw componeren vanuit zijn visie van zijn toegevoegde partijen, wat leidde tot een resultaat dat niet honderd procent Gesualdo is, maar een samensmelting van twee componisten. Dat wil niet zeggen dat Strawinsky's toevoegingen de stijl van Gesualdo geweld hebben aangedaan. Gesualdo kan alles geschreven hebben wat Strawinsky schreef, zelfs de speelse ritmes in de maten 22 tot 32 van Assumpta est, zelfs de omgekeerde beweging in het begin van Illumina nos, een contrapuntische kunstgreep die atypisch is voor Gesualdo. Hij zou het waarschijnlijk zelf niet zo opgeschreven hebben. In het algemeen, zelfs als je de chromatische aard van veel van de Responsoriae bekijkt, is Gesualdo's religieuze muziek diatonischer dan zijn profane werk, maar niet minder dissonant. Dissonantie in geestelijke muziek is wranger en minder wellustig dan in de madrigalen en, door de grotere hoeveelheid stemmen en de geringere tessituur - de sopraanpartij in zijn madrigalen werd gezongen door vrouwen, de religieuze muziek in zijn geheel door mannen en jongens - was het resultaat een complexer harmonisch weefsel. Daarom is het filologisch gerechtvaardigd dat Strawinsky zoveel betoonde secunden en septiemen en doorgangsdissonanten heeft toegevoegd, zelfs ondanks het feit dat ze in deze dichtheid niet voorkomen in Gesualdo's andere muziek.
Robert Craft,
(Strawinsky's assistent en chroniqueur)

Zie ook Calypso 2
Biografische film over de Italiaanse sadomasochistische

"O smartelijk lot, degene die mij leven kan schenken, brengt mij de dood". Zo eindigt het smartelijke madrigaal "Moro, lasso, al mio duolo" van Carlo Gesualdo.

Hoewel Gesualdo hiermee als gedupeerde echtgenoot de wet niet had overtreden, zag hij zich genoodzaakt zich terug te trekken op zijn landgoed om wraak te vermijden. Hier besteedde hij zijn tijd aan het enige wat hem werkelijk interesseerde, namelijk de muziek. Zijn latere levensjaren waren niet minder problematisch, want de melancholie bracht Gesualdo bijna tot krankzinnigheid. Daarbij probeerde zijn tweede vrouw zich diverse malen van hem te scheiden. Gesualdo's positie in de muziekgeschiedenis is uiterst belangrijk, al is het wel lastig om die positie precies te bepalen. Zijn vocale muziek was uitzonderlijk experimenteel. Toch bleef hij trouw aan de grenzen die zijn voorgangers hadden gesteld. Het was dan ook zijn verdienste, dat hij expressiemogelijkheden van deze verouderde stijl tot in het extreme wist uit te buiten, zonder tot een verlammend maniërisme te vervallen. Gesualdo's buitensporige madrigalen maakten grote indruk, omdat ze precies de muziek waren die je van een dergelijk gepassioneerd en gewelddadig heerschap zou verwachten. Zijn "Tenebrae responsen" voor de Stille Week zijn wel eens getypeerd als de meest droevige muziek die ooit geschreven is.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 103.