kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Canon Nederlandse klassieke muziek

Canon van de Nederlandse Klassieke Muziek

In de canon van de vaderlandse geschiedenis wordt met geen woord gerept over klassieke muziek in Nederland. Een omissie vond de NPS (Nederlandse Programma Stichting), die het voortouw nam voor een muziekcanon.
Een commissie van vijf vooraanstaande vertegenwoordigers uit het Nederlandse muziekleven (zie hieronder), benoemde met oog en oor voor diversiteit en kwaliteit uit vijfhonderd jaar Nederlandse klassieke muziek, vijftig onderwerpen. De canon is niet bedoeld als definitieve selectie of eindpunt. Het is eerder een manier om door vijftig verschillende vensters onze rijke muziekgeschiedenis te beschouwen.

Selectiecommissie:
. Emile Wennekes: Hoogleraar Nederlandse Muziekgeschiedenis na 1800, Universiteit van Utrecht
. Hans Heg: voormalig muziekcriticus Volkskrant
. Anneke Hogenstijn: directeur programmering Concertgebouw Amsterdam
. Jaap van Zweden: voormalig concertmeester Koninklijk Concertgebouworkest (1979-1995), chef-dirigent Orkest van het Oosten (1996-2000), Radio Kamer Filharmonie en Radio Filharmonisch Orkest, Dallas Symphony Orchestra (vanaf 2008)
. Liza Ferschtman: Violiste met internationale reputatie, Sinds 2007 artistiek leider Delft Chamber Music Festival

Website: Nederlandse pianisten: Van Schäfer tot Brautigam
Het Nederlandse muziekleven ontwikkelde zich in de 19e eeuw in de schaduw van muzikale grootmachten Frankrijk en Duitsland. De pianovirtuoos was daar een bekend fenomeen, maar in Nederland wilde het maar niet vlotten. Pas in de 20ste eeuw dienden zich Nederlandse pianisten aan die internationaal carrière maakten.
Nederlandse klavierleeuwen in de 20ste eeuw: Dirk Schäfer (1873-1931), Cor de Groot (1914-1993), Hans Henkemans (1913-1995), Daniel Wayenberg (1929), Jan Wijn (1934), Theo Bruins (1929-1993), Rian de Waal, Ronald Brautigam, Wibi Soerjadi, Ralph van Raat, Arthur Jussen en Lucas Jussen.

2. Koninklijk Concertgebouworkest: Al meer dan 100 jaar koninklijke allure
Koninklijk Concertgebouworkest is hèt muzikale boegbeeld van de Nederlandse klassieke-muziekcultuur in de wereld. Een van de drie beste orkesten ter wereld (vinden ze bij het KCO zelf). Het tweede beste van Europa (aldus een groep internationale critici). Mag zich sinds 1988 Koninklijk noemen. Tegenover de klankkarakteristiek van de twee grote concurrenten (de volvette, robuuste, gespierde Berliner Philharmoniker en de smeuïge, ronde, verzadigde, glanzende Wiener Philharmoniker) stelt Amsterdam transparantie (voortgekomen uit en bepaald door de ruime akoestiek van de grote zaal), slankheid en individuele profilering van (met name) de houtblazers.

3. Peter Schat: Trendsetter en querulant
Peter Schat (1937-2003) was typisch een kind van de jaren zestig, deelnemer notenkrakersactie, actievoerder, avant-gardist én romanticus, schrijver van vlijmscherpe pamfletten.
Zijn sterke en ongenaakbare opinies, een opvliegend karakter, en een vlijmscherpe pen, bezorgden hem de reputatie van lastpost. Maar zijn unieke nieuw tonale muziek werd de laatste decennia van zijn leven steeds vaker de boodschapper van liefde en mededogen.

4. Zaterdag Matinee: Compromisloze concertserie van hoogste artistieke niveau
De ZaterdagMatinee is de kroon op het Nederlandse muziekleven. Sinds het allereerste concert in 1961 is de reputatie almaar gegroeid. Tegenwoordig laat een nieuwsgierig publiek zich in het Amsterdamse Concertgebouw week na week verrassen. Al jaren zendt Radio 4 de concerten op zaterdagmiddag live uit. Valery Gergiev, de Russische topdirigent, vond er de springplank voor zijn internationale carrière. Maar het allerbelangrijkst: in de ZaterdagMatinee is het programmeren van muziek verheven tot kunst.

5. Johannes Schenck: Internationaal gewaardeerd componist en virtoos gambist
We kennen Johannes Schenck van weelderige gambaklanken, maar hij schreef ook muziek voor een opera met als motto zonder spijs en wijn kan geen liefde zijn’. De eerste uitvoering van“Bacchus, Ceres en Venus” in 1686 in de Schouwburg van Amsterdam leidde tot heftige protesten.
Er werd gesproken van een opera van zuipen en brassen en het gerucht ging zelfs dat Venus geheel naakt ten tonele verscheen. Hoe dan ook, de opera werd twaalf keer uitgevoerd in de 17de eeuw.

6. Ensembles: Van groot tot klein, oud tot nieuw, authentiek tot modern
De afgelopen honderd jaar is er op meerdere momenten gemorreld aan de suprematie van het symfonieorkest en de orkestmuziek. Tegenover het grote, traditionele, onflexibele van het orkest, werd het kleine, vernieuwende, flexibele van het ensemble geplaatst. In Nederland leidde dat na 1970 tot de oprichting van een aantal ensembles die muziekgeschiedenis zouden schrijven. De overheid zag het belang van de ensembles in en zorgde voor structurele subsidiëring. Juist door de omvang, de organische samenhang en de inbedding in het muziekleven is er sprake van een ensemblecultuur, waarop men in het buitenland jaloers is.
Belangrijkste ensembles: Schönberg Ensemble, Asko Ensemble, Ensemble MAE, Ives Ensemble, LOOS Ensemble, Muziekgroep Ereprijs, Nederlands Blazers Ensemble, Nieuw Ensemble, Nieuw Sinfonietta Amsterdam, Orkest de Volharding, Slagwerkgroep Den Haag en het Willem Breuker Kollektief

7. Jan Pieterszoon Sweelinck: De Orpheus van Amsterdam
Luisteren naar zijn muziek is een avontuur en hij wordt beschouwd als de laatste grote Nederlandse ‘polyfonist’. Maar, het moet gezegd, zijn levensverhaal is niet zo spannend en betrekkelijk snel verteld. We hebben het over Jan Pieterszoon Sweelinck: “De Orpheus van Amsterdam”. Componist van een groot aantal fraaie klavierwerken en een “meesterlijck” vocaal oeuvre, een oeuvre waar je U tegen zegt Eigenlijk vreemd dat veel Nederlanders hem alleen maar kennen van een straatnaam of de afbeelding op het oude biljet van vijfentwintig gulden.

8. Blaascultuur: Wortelt in harmonie-en fanfarecultuur
Het is 17 juli 2005. Het Wereld Muziek Concours installeert Jacob Slagter als Persoon van Verdienste en zodoende komen in de Rodahal in Kerkrade twee muziekstromingen samen die doorgaans gescheiden blijven. Want Slagter, sinds 1985 solohoornist van het Koninklijk Concertgebouworkest, krijgt de onderscheiding vanwege zijn grote verdiensten als solist en dirigent in de hafabra-sector. Pardon? Hafabra: de benaming voor alles wat te maken heeft met HArmonie, FAnfare en BRAssband.

9. Familie Andriessen: Een bijzonder muzikale familie
Louis Andriessen is, na Jan Pieterszoon Sweelinck, Nederlands beroemdste componist. Dat vindt hij hoogstwaarschijnlijk zelf ook, maar hij vertelt daarbij ook graag dat hij zijn talent te danken heeft aan zijn vader: de componist en organist Hendrik Andriessen (1892-1981).

10. Bernard Haitink: Een halve eeuw aan de internationale dirigententop
Bernard Haitink (1929) leidde het Koninklijk Concertgebouworkest bijna een kwart eeuw. Hij werkte aan een verdere perfectionering van de orkestklank, zorgde voor memorabele interpretaties van, onder andere, muziek van Bruckner, Ravel en Debussy en blies de Mahler-traditie weer nieuw leven in. Na zijn vertrek in 1988 sloeg hij zijn vleugels uit, trad over de hele wereld op met de beste orkesten en vestigde zijn naam als een van de allergrootsten van zijn generatie. In Haitinks doorleefde vertolkingen, die wars zijn van ijdelheid , is er evenveel aandacht voor de grote lijn, de spanningsboog, als voor details. Haitink weet hoe te communiceren met musici, bijna alle orkesten spelen graag onder hem.

11. De Nederlandse Opera: Van provinciaal gezelschap naar tot trendsettende muziektheaterbühne
De Nederlandse Opera staat internationaal bekend om zijn vernieuwende en gewaagde producties en Amsterdam wordt dankzij dit gezelschap tot de belangrijke operasteden van Europa gerekend. Maar dit is pas sinds kort het geval en dat er een Nederlandse Opera bestaat is niet eens zo vanzelfsprekend als het nu misschien lijkt.

12. Felix Meritis: Nederlands eerste publieke concertzaal
In 1778 stellen progressieve burgers van Amsterdam een daad: zij kopen vier huizen aan de Keizersgracht, slopen deze en bouwen er hun ‘Tempel der Verlichting’, ‘Felix Meritis’ (Gelukkig door verdienste). Dit wordt de eerste openbare concertzaal van Nederland en het zal honderdvijftig jaar lang een doorslaand succes blijken. Bovendien beschikt Felix Meritis over een eigen orkest. De Maatschappij Felix Meritis wordt het beginpunt van een traditie die uitmondt in de bouw van talloze concertzalen Amsterdam en ver daarbuiten, en van de oprichting van diverse orkesten.
Vanaf 1778, al vóór de Franse Revolutie dus, is muziek in Nederland niet meer het alleenrecht van adel en kerk, maar komt deze ook het volk toe.

13. François en Pieter Hemony: Zonder hen zouden Europese beiaards vals hebben geklonken
Misschien luistert u wel eens naar de stadsbeiaardier als u op de markt loopt voor de boodschappen. Klanken doen hun best om boven de drukte uit te komen en de mensen onder aan de toren te bereiken. Er zijn op vele plaatsen ook beiaardconcerten om naar te luisteren op een zorgvuldig uitgekozen luisterplaats. Maar, waar komt dat instrument, de beiaard, eigenlijk vandaan ?

14. Jan van Vlijmen: Vier decennia lang spil in het muziekleven
Van een goede vriend, de Hongaarse componist György Kurtág, kreeg Jan van Vlijmen ooit te horen: ‘Jij hebt één handicap, en dat is dat iedereen jou kent als organisator.’ Goed gezien van Kurtág. Want ook al staat Jan van Vlijmen bij kenners te boek als avant-gardecomponist, zijn spilfunctie in het naoorlogse muziekleven betrof vooral het directeurschap van drie aanzienlijke instituten: het Koninklijk Conservatorium, de Nederlandse Opera en het Holland Festival. ‘Is dat niks voor jou?’, werd hem telkens gevraagd wanneer er een post vrijkwam. Waarna Jan van Vlijmen zijn componistenpen terzijde schoof. Hij had, zei hij, het besturen nodig om niet steeds geconfronteerd te hoeven worden met het lege muziekpapier.

15. Constantijn Huygens: Homo universalis: componist, luitist, dichter, polyglot
Hij was diplomaat, dichter, wetenschapper en componist. Hij speelde luit, theorbe, viola da gamba en klavecimbel en sprak acht talen. Constantijn Huygens was een van de meest veelzijdige mensen van zijn tijd. En als secretaris van stadhouder Frederik Hendrik één van de invloedrijkste. In zijn lange leven - hij werd negentig jaar - was hij bijzonder productief. Naast zijn werk als secretaris scheef hij duizenden brieven aan allerlei invloedrijke personen er liet hij bijna 800 composities na.

16. Nederlandse Wagnervereniging: Henri Viotta haalde vanaf 1883 topmusici naar Nederland
In 1883 overlijdt Richard Wagner. Datzelfde jaar nog is de Nederlandse Wagnervereeniging een feit. Een club steenrijke zakenlieden laat zich op sleeptouw nemen door de muzikale jurist Henri Viotta, die van jongs af aan zijn hart aan Wagner heeft verpand. Viotta is kieskeurig, zangers uit Bayreuth worden ingehaald als koningen, orkest en koor worden met ijzeren hand gedrild. Tot dan toe ongekend in Nederland. Voor een duizendtal bemiddelde leden zijn de uitvoeringen niet-te-missen society-evenementen. Het Nederlandse volk moet het lang doen met slechts loftuitingen in de krant. Wagner verdeelt Nederland in tweeën.

17. Eduard van Beinum: Ging verder waar Mengelberg ophield
Eduard van Beinum (1900-1959) was van 1945 tot zijn dood chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Hij wist direct na de Tweede Wereldoorlog niet alleen het uitgedunde orkest uit het dal te halen, maar kon zelf ook eindelijk uit de schaduw van de verbannen Willem Mengelberg treden. Hij profileerde zich al snel als een Brucknerspecialist en een verfijnd klankaquarellist. Beroemd en veelgeciteerd is de instructie tijdens een repetitie van Debussy’s La Mer bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra: ‘Ik wil geen fluit, ik wil geen hobo, ik wil een flobo.’ Pas het laatste decennium wordt zijn werk, mede dankzij een paar opvallende cd-uitgaven, weer op waarde geschat.

18. Radio-ensembles: Hoeders van bijzonder orkest-en koorrepertoire
Sinds het ontstaan -kort na de Tweede Wereldoorlog- lagen de omroeporkesten en het Groot Omroepkoor al onder vuur. Er zou te weinig gebruik van worden gemaakt en ze zouden teveel in het vaarwater van de andere orkesten zitten. Ondanks veel gekrakeel en een aantal dramatische fusies bleven de omroeporkesten doen waar ze goed in zijn: veel bijzonder repertoire uitvoeren dat bij de andere orkesten zelden aan de orde komt.

19. Jacob Obrecht: Prominent Vlaams-Nederlands polyfonist
Hij was weliswaar geen Nederlander in engere zin, maar stamde wel uit de Lage Landen. Toen Jacob Obrecht leefde (1457/8 – 1505) behoorde het merendeel van Nederland tot het hertogdom Bourgondië. Obrecht werd geboren in Gent, maar was een groot deel van zijn leven werkzaam in Utrecht en Bergen op Zoom. Hij gold als veruit de grootste componist van zijn tijd, en tegenwoordig wordt hij in één adem genoemd met Johannes Ockeghem en Josquin Desprez, samen de ‘Vlaamse polyfonisten’.

20. Het 'Naarden-gevoel': De passietraditie in Nederland
Het is vaste prik: elk jaar op Goede Vrijdag stuurt de NOS een camera naar Naarden. In het Journaal zie je rijen wachtenden voor de Grote Kerk Naarden en bewindslieden die uit hun dienstauto stappen. Bachpassie in Naarden: het vestingstadje staat symbool voor een innig gekoesterde traditie. Tegen Pasen klinken de Matthäus-passion en Johannes-passion namelijk honderden keren, van Hoogezand tot Hulst en van Heerlen tot Den Helder. Inclusief pracht-aria's als 'Blute nur' en 'Erbarme dich'.
Wie 'de' Matthäus of Johannes wilde horen, kon vanaf 1922 terecht in de Grote Kerk Naarden waar het streven van De Nederlandse Bachvereniging naar een ongecoupeerde versie met gebruik van historische instrumenten steeds nadrukkelijker tot uiting kwam.

21. Koorcultuur: Eén miljoen Nederlanders verenigd in de zangkunst
Oratoriumkoren, byzantijnse koren, shantykoren, kinderkoren, jeugdkoren, arbeiderskoren, studentenkoren, mannenkoren, barbershop-, kozakken-, piraten-, gospel- en cantatekoren. In de Nederlandse muziek is er geen uithoek meer of er houdt zich wel een koor mee bezig. Er bestaan inmiddels meer dan 12.000 amateurkoorverenigingen in Nederland, samen goed voor ruim een miljoen leden. Des te opmerkelijker is het dat ons land met het Groot Omroepkoor en het Nederlands Kamerkoor slechts twee volledig zelfstandige professionele koorgezelschappen heeft.

22. Johannes van Bree: Dominerende figuur in het 19e eeuwse Amsterdam
'Wij Hollanders hebben geene eigene muzijk. Zoo hard mij deze bekentenis valt, zoo zeer is zij echter op de waarheid gegrond.’ Een citaat uit het Nederlandse muziekblad Amphion uit 1818. Het minderwaardigheidscomplex zat diep: wat muziek aanging was het in de eerste helft van de negentiende eeuw armoe troef in Nederland. Talentvolle componisten van eigen bodem waren op één hand te tellen en de concertprogramma's moesten steevast worden gevuld met werken van Duitse, Franse of Oostenrijkse origine.
Maar er was één duidelijke uitzondering. Een man die met kop en schouders boven zijn generatiegenoten uitstak en die door de muziekwereld op handen werd gedragen: Johannes van Bree (1801-1857). Van Bree werd het toonaangevende gezicht van muzikaal Nederland.

23. Hoboschool: Van de Stotijn-familie via Werner Herbers naar Bart Schneemann
In Nederland klinkt het hobospel zangerig en helder, in Duitsland donker en dof en in Frankrijk juist licht en schel. Maar door de mondialisering van het muziekleven verdwijnt de landelijke folklore en tegenwoordig kun je de nationaliteit van een orkest nog zelden herkennen aan het spel van de hoboïst. Toch is het nog altijd een begrip: de Nederlandse hoboschool: Dirk van Emmerik, Jaap Stotijn, Léon Goossens, Haakon Stotijn, Han de Vries, Werner Herbers en Edo de Waart, Cees van der Kraan, Jan Kouwenhoven, Jan Spronk, Pauline Oostenrijk en Bart Schneemann.

24. Willem van Otterloo: Streng en bevlogen dirigent met oor voor nieuwe Nederlandse muziek
Willem van Otterloo staat tegenwoordig in de schaduw van dirigenten als Willem Mengelberg, Eduard van Beinum en Bernard Haitink. In zijn eigen tijd was dat anders. Van Otterloo vormde het Residentie Orkest om tot een ensemble dat het op kon nemen tegen het Concertgebouworkest. Zijn plaatopnamen maakten hem beroemd tot in Japan, de Verenigde Staten en Australië. En hij verloochende zijn afkomst niet: bij Van Otterloo stond nieuwe Nederlandse muziek hoog in het vaandel.

25. Koninklijk Conservatorium Den Haag: Oprichter Willem I legde basis voor professioneel muziekonderwijs
Muziekonderwijs vinden wij nu een vanzelfsprekende zaak. Maar tot 1825 was muziekles voorbehouden aan een elite en aan de kerk. Na het Franse bewind van Lodewijk Napoleon, maakte de ambitieuze Willem I een begin met professioneel muziekonderwijs. In 1825 richtte hij in Brussel, Luik, Amsterdam en Den Haag muziekscholen op, die hij een jaar later het predikaat ‘Koninklijk’ gunde. Maar de Amsterdamse Koninklijke Muziekschool redde het niet en moest worden opgedoekt.
Den Haag ging het beter af: in 1900 ontstond uit de Koninklijke Muziekschool het Koninklijk Conservatorium.

26. Holland Festival: Multidisciplinaire motor van Nederlands cultuurleven
Het is 1947, het land ligt in puin, maar minister van cultuur Gerardus van der Leeuw wil een kunstenfestival opzetten om het toerisme weer op gang te brengen. ‘High Arts in the Lowlands’ heet de eerste proeve. Het is meteen een succes. Inmiddels heeft het Holland Festival vele stormen doorstaan en lijkt op haar zestigste een tweede jeugd begonnen.

27. Radio 4: Platform voor het Nederlandse en internationale concertleven
De eerste uitzending van Radio 4 (toen nog Hilversum 4) vond plaats in december 1975. Dat was tevens de eerste uitzending van Veronica in het publieke bestel. In het begin waren er alleen 's avonds programma's en werd een deel van de zendtijd gevuld door Teleac maar al vrij snel werd de zendtijd uitgebreid. In 1985 werd de zender omgedoopt in Radio 4. Tegenwoordig zendt de zender 24 uur per dag uit.
De opdracht die moet worden vervuld is tweeledig: in de eerste plaats moet een breed publiek worden bediend met bekende klassieke muziek; ten tweede moet aandacht worden besteed aan het minder gangbare repertoire, aan oude èn nieuwe muziek. Daarbij wordt een bijzondere plek ingeruimd voor Nederlandse componisten.

28. Pioniers van de historische uitvoeringspraktijk: O.a. Gustav Leonhardt en Frans Brüggen sloegen geheel nieuwe wegen in
‘Elke noot van Mozart die het Concertgebouworkest speelt, is van a tot z gelogen.’ Blokfluitist Frans Brüggen gooide in 1970 de knuppel in het hoenderhok, tijdens een demonstratieve bijeenkomst in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky. Brüggen vond: oude muziek moet je spelen volgens de bedoelingen van de componist, dus op instrumenten uit die tijd en met de artistieke ideeën van die tijd. Samen met pioniers als klavecinist Gustav Leonhardt en cellist Anner Bijlsma maakte Frans Brüggen van Nederland het mekka van de oude muziek.

29. Ton de Leeuw: Bracht het oude Oosten naar het nieuwe Westen
'Op jonge leeftijd ving ik bij toeval een ver Arabisch station op met mijn radio. Ik reageerde als op een donderslag: scherp drong het tot mijn bewustzijn door dat er op de wereld andere mensen zijn, die in totaal andere termen leven, denken en voelen. Hoe zich dat in muziek vertaalt en het waarom daarvan heeft sindsdien mijn niet aflatende belangstelling gehad.'
Ton de Leeuw was een eenling in de wereld van het naoorlogse Nederlandse componeren. Hij ontwikkelde een toontaal die zonder voorgangers en zonder navolgers bleef. Toch is hij door zijn componeren, zijn docentschap en zijn immer kritische houding een van de belangrijkste internationaal gewaardeerde Nederlandse componisten van de twintigste eeuw.

30. Willem Mengelberg: Mahler-exegeet die Concertgebouworkest op de kaart zette
‘Zonder een man als hij, met zijn genialiteit, flamboyantie, zijn pro- en contra-persoonlijkheid die zoveel discussie en kritiek bracht, was dit orkest niet uitgegroeid tot een van de toporkesten van de wereld.’ Met die woorden sloeg Riccardo Chailly toen hij nog chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouw was de spijker op de kop. Mengelberg werd de ‘Horowitz van het orkest’ genoemd, al was hij artistiek en politiek omstreden. Zijn rol in de Tweede Wereldoorlog heeft de gemoederen nog lang bezig gehouden.

31. Geïmproviseerde muziek: Bijzondere versmelting van muzikale genres
Wat gebeurt er als je jazz, klassieke muziek en een fikse dosis absurdisme bij elkaar stopt? Volgens de Amerikaanse musicoloog en jazzkenner Kevin Whitehead ontstaat er dan een uniek genre: New Dutch Swing. Muzikanten èn componisten van het eerste uur als Misha Mengelberg, Theo Loevendie en Willem Breuker hadden net zo veel op met avant-garde muziek als met Amerikaanse jazz. Deze improviserende componisten ontgonnen een geheel nieuw genre en inspireerden generaties na hen.

32. Componeren in Nederland: ‘Alive and kicking', en met een eigen geluid
Buitenlandse componisten kijken jaloers naar hun Nederlandse collega’s. Componeren van Nieuwe Muziek is hier een serieuze zaak. Generaties componisten werken gebroederlijk naast elkaar en hun werken worden uitgevoerd door hoogontwikkelde en gespecialiseerde ensembles.
De infrastructuur met talloze behulpzame instellingen biedt de ondernemende componist alle kansen zich te ontplooien.

33. Orgelcultuur: Oude instrumenten vormen uniek muzikaal erfgoed
Er is geen land ter wereld zo rijk aan historische orgelpracht als Nederland. Al eeuwenlang is de “koningin der instrumenten” gezichtsbepalend voor het Nederlandse muziekleven. Nederland, land van kruideniers en dominees, land van het rinkelen van de kassa en het gedreun van orgelpijpen. Nederland, het enige land ter wereld waar het pijporgel een plek heeft verworven buiten op straat, op markten en pleinen, in drukke winkelstraten. Nederland, het land van klompen, tulpen, molens en orgels.

34. Willem Pijper: Boegbeeld van de vooroorlogse avant-garde en scherp criticus
Hij trok van leer tegen de ‘harmonium-muzikaliteit’ van de Nederlanders, terwijl hij zelf was opgegroeid in een calvinistisch gezin waarin vader het psalmgezang op het harmonium begeleidde. Hij leidde talrijke componisten op, maar werd na zijn dood afgeschreven door de jonge generatie. Componist, pianist, publicist en pedagoog Willem Pijper (1894-1947) drukte zijn stempel op het Nederlandse muziekleven van het interbellum. Maar heeft zijn oeuvre de tand des tijds doorstaan?

35. Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis: Oudste musicologische organisatie ter wereld
De Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis is de oudste musicologische organisatie ter wereld. Sinds 1868 houdt de KVNM zich bezig met de bestudering van de Nederlandse muziek. Ze doet dat via wetenschappelijke uitgaven, studiebijeenkomsten en een halfjaarlijks tijdschrift. Mede dankzij de bemoeienis van de KVNM klinkt de muziek van componisten als Josquin, Sweelinck en Diepenbrock wereldwijd op de concertpodia.

36. Jeugdorkesten: Productieve kraamkamers van jong talent
Ze komen bijeen op zaterdagen, in de vakantie en tijdens repetitieweekeinden. Thuis oefenen ze ijverig de partijen, vooral de moeilijke loopjes. Het repertoire liegt er niet om: Brahms! Rachmaninov! Moderne muziek! Zelfs Mahler staat soms op de lessenaar. Spelen in een jeugdorkest doe je er niet ‘eventjes bij’. Toch doen ze het, honderden enthousiaste jongeren die ondertussen gewoon naar de middelbare school gaan. In allerlei regionale en landelijke orkesten.

37. Viooltraditie: Van Oskar Back tot Janine Jansen
‘Wanneer mijn leerlingen langs mijn borstbeeld komen, hoop en verwacht ik dat mijn beeltenis een aansporing moge zijn voor hun verantwoordelijkheidsbesef als kunstenaar.’ Deze woorden sprak de vermaarde viooldocent Oskar Back bij de onthulling van zijn borstbeeld in het Amsterdamse Concertgebouw in 1962. De hoop van de ‘violistenmaker’ is uitgekomen, want niet alleen bracht Back vermaarde violisten als Herman Krebbers en Theo Olof voort, ook leidde hij toegewijde docenten op die weer aan de basis stonden van het succes van de huidige generatie solisten als Liza Ferschtman en Janine Jansen.

38. Concertgebouw Amsterdam: Internationaal toppodium met unieke akoestiek
Wereldwijd breken klassieke-muziekliefhebbers hun tong over de woorden ‘Concertgebouw’ en ‘Concertgebouw Orchestra’. Deze merknamen zijn zo sterk, dat ze nooit worden vertaald. Wereldvermaard is ook de akoestiek van de Amsterdamse zaal, die door Bernard Haitink ooit ‘het beste instrument van het Concertgebouworkest’ is genoemd. Bovendien is het gebouw de drukst bespeelde concertlocatie ter wereld, waar de beroemdste musici optreden in een brede programmering.

39. Elektronische muziek: Van experimenten in het Natlab tot 'After Life'
Het gebeurde het eerst bij de Franse radio, Pierre Schaeffer realiseerde zich dat hij de met een microfoon opgenomen geluidseffecten voor de hoorspelen ook kon gebruiken om er vrolijke en vreemde ritmische stukken mee te maken zònder acteurs of verhaal. Hij bouwde zo muziekstukjes op uit 'loops' gemaakt van tollende filmblikken of zelfs van rangerende treinen.
Wat hij in 1948 uitvond met zijn lakplaten en tapemachines noemen wij nu in goed Nederlands 'sampling', en dat begrip heeft de muziek blijvend veranderd: alles wat kan worden opgenomen kan desgewenst in muziek worden ingepast.
Na millennia van akoestische muziekgeschiedenis ontstond er rond 1950 bij de radio een geheel nieuwe manier van muziek maken: de eerste elektronische muziekstudio's kwamen 'als vanzelf' voort uit de hoorspeltraditie!

40. Holland Festival Oude Muziek: Onuitputtelijke bron van verdieping en vernieuwing
Sinds de eerste editie in 1982 speelt het Holland Festival Oude Muziek Utrecht een voortrekkersrol in de historische uitvoeringspraktijk. Iedere musicus die iets voorstelt in de oude muziek is er opgetreden. Tot in het verre buitenland kent ‘Joetrecht’ trouwe fans. Er zijn sterren geboren, componisten ontdekt, stijlen en perioden aan de vergetelheid ontrukt, oude instrumenten en speelpraktijken in ere hersteld. Geen festival ter wereld evenaart de omvang, diepgang en uitstraling van het tiendaagse muziekfestijn.

41. Johannes Verhulst: Liederencomponist in het kielzog van Schumann
Johannes Verhulst had als bijnaam ‘den eenigen’, omdat hij - halverwege de 19de eeuw- onze belangrijkste dirigent was en verschillende Nederlandse muziekinstellingen bestuurde. Daarnaast was hij samen met Johannes van Bree, een van de weinige belangrijke componisten uit die tijd, die niet uit Duitsland kwam.

42. Zangcultuur: Een klein land met grote stemmen
Over de zangcultuur in Nederland hoor je allerlei vooroordelen. We zouden geen operaland zijn. Grote solisten brengen we amper voort. En vroeger was alles beter. Toch wist en weet menig Nederlandse zanger door te dringen tot de grote internationale podia, van tenor Jacques Urlus in de 19de eeuw tot sopraan Eva-Maria Westbroek in de 21ste. Welbeschouwd staat Nederland z’n mannetje in de wereld van opera, oratorium en lied.

43. Willem Noske en Francois Daniel Scheurleer: De passie van het muziekverzamelen
Het zijn meestal niet de officiële instanties die cultureel erfgoed in de eerste instantie verzamelen en bewaren. Daarvoor heb je enthousiastelingen nodig die bereid zijn veel tijd en geld te investeren in hun onderwerp. Zo ging het ook met de Nederlandse muziek. Twee verzamelaars zijn van onschatbare betekenis geweest voor de overlevering van muziek: de bankier Daniël Scheurleer en violist Willem Noske.

44. Matthijs Vermeulen: Visionair componist, onbegrepen genie
Nederland heeft geen radicaler componist voortgebracht dan Matthijs Vermeulen (1888 – 1967).
Hij brak al vroeg in de twintigste eeuw met de tonaliteit en schreef muziek die gedacht was vanuit de melodie – muziek waarin verschillende stemmen zich schijnbaar onafhankelijk van elkaar konden ontplooien. Maar helaas, men vond zijn muziek chaotisch en vormeloos. Een onbegrepen genie, maar ook een criticus met een vlijmscherpe pen.

45. Orkestenbestel: Symfonische muziek voor (haast) iedereen
Ze geven concerten van Groningen tot Maastricht en van Den Haag tot Enschede. Naast de radio-orkesten kent Nederland een tiental professionele symfonie orkesten verspreid over het land. Achter deze orkesten schuilt ondanks de muzikale rijkdom een verhaal van subsidies, overheidsbemoeienis, verplichte fusies en gedwongen opheffingen. Het Nederlandse orkestenbestel is immers grotendeels afhankelijk van overheidsgelden en dat is zowel een kracht als een zwakte.

46. Een verloren generatie: Componisten in de schaduw van de oorlog, o.a. Leo Smit, Dick Kattenburg, Jacques Beers
Bien étonnés de trouver ensemble. Deze woorden vormen de openingszin van een artikel van pianist Marcel Worms, om de verbazing te beschrijven die de componisten zouden hebben geuit, wanneer ze zouden weten dat ze vanwege “hun gedeeld tragisch lot” tot een groep werden bestempeld. Hun werk is namelijk muzikaal gesproken niet direct in één hokje te plaatsen. We denken bij bijvoorbeeld aan Leo Smit, Nico Richter, Martin Spanjaard, Daniël Belinfante, Bob Hanf, Simon Gokkes en Dick Kattenburg. Joodse componisten die in de tweede wereldoorlog zijn overleden.

47. Muziekfestivals: divers, origineel, vooruitstrevend.
Toen het Holland Festival in 1947 zijn eerste editie beleefde, zag het Nederlandse festivallandschap er overzichtelijk uit. Tegenwoordig is dat wel anders. Er vinden jaarlijks tientallen festivals plaats: voor kamermuziek en kameropera, voor orgel en gitaar, voor amateurs en professionals, voor oude klanken en nieuwe composities.

48. Muziekcentrum Vredenburg: Drempelverlagend, innovatief concertpodium
Na jaren van geruzie en gedoe in de Utrechtse politiek kreeg architect Herman Hertzberger in 1972 de opdracht een nieuw muziekcentrum voor Utrecht te ontwerpen. Muziekcentrum Vredenburg opende in 1979 met een adembenemende akoestiek en wist al vrij snel een groot publiek te bereiken met een brede programmering. “Vredenburg was het levendigste muziekcentrum van Nederland, totdat Martijn Sanders het Concertgebouw uit zijn coma deed ontwaken”, zo zei directeur Peter Smids bij zijn afscheid in 2001.

49. Alphons Diepenbrock: Autodidact, grootste Nederlandse componist van zijn tijd
"Er is alle reden om in Diepenbrock de grootste Nederlandse componist van zijn tijd te zien - al ware het reeds om de vele persoonlijke elementen in zijn stijl,- die tot het einde toe steeds weer voor vernieuwing vatbaar bleken te zijn -" (aldus musicoloog Eduard Reeser)

50. Harpcultuur: In het voetspoor van Rosa Spier, Phia Berghout en Vera Badings


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 310.