kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Camille Saint-Saëns

Camille Saint-Saens

Charles-Camille Saint-Saëns geboren 9-10-1835 Parijs, gestorven 16-12-1921 Algiers
Frans componist, organist, dirigent en pianist

Saint-Saëns was slechts drie maanden oud toen hij zijn vader verloor. Hij werd opgevoed door een schilderende moeder, Clémence Collin (1809–1888) en haar muzikale tante, Charlotte Masson, die hem pianoles gaf. Hij toonde zich een wonderkind op de piano en in compositie.

In 1842 nam hij pianolessen bij Camille-Marie Stamaty, een leerling van Friedrich Kalkbrenner, die Saint-Saens aanbeveelt bij Pierre Maleden voor compositie. Al op zevenjarige leeftijd begon hij te componeren.

In 1846 gaf Saint-Saens zijn twee eerste concerten in de Salle Pleyel in Parijs, het concerto in do mineur van Beethoven, en het concerto in si K 450 van Mozart.

In 1848 ging hij naar het conservatorium van Parijs, waar hij orgelles kreeg van François Benoist en compositieles van Halévy. Hij nam eveneens begeleidingslessen en zanglessen. Hij kreeg advies van Charles Gounod. Hij ontving de eerste prijs voor orgel, maar faalde tweemaal bij het behalen van de Prix de Rome, de eerste keer in 1852 omdat hij te jong was, de tweede maal in 1864, omdat men vond dat hij geen aanmoediging meer nodig had.

In 1852 ontmoette hij Franz Liszt, met wie hij later bevriend raakte. In datzelfde jaar ontving hij de eerste prijs voor zijn cantate Ode à Sainte-Cécile (voor zang en orkest) van de Société Sainte-Cécile de Bordeaux.

In 1853 componeerde Saint-Saens zijn eerste symfonie, die in datzelfde jaar nog werd uitgevoerd. Ook werd hij in 1853 benoemd tot organist van de kerk Saint-Merry te Parijs. Hij droeg zijn mis op. 4 op aan de abt Gabriel, die hem had uitgenodigd mee te gaan naar Italië.

In 1857 ontving hij met zijn symfonie Urbs Roma, wederom een eerste prijs van de Société Sainte-Cécile. In datzelfde jaar werd hij organist in de Madeleine kerk, een functie die hij zou behouden tot 1877. Toen Liszt hem hoorde improviseren was hij onder de indruk.

Voor zijn meeste composities putte Saint-Saëns uit de bronnen van het werk van Liszt, Schumann, Mendelssohn, Berlioz, Meyerbeer, Glück en Händel. Hij verdedigde de de muziek van Wagner (Tannhäuser en Lohengrin) en Schumann tegen de zienswijze van het conservatorium.

Van 1861 tot 1865 was hij pianoleraar aan de École Niedermeyer, waar Gabriel Fauré, Messager en Gigout zijn leerlingen waren. Hij had zich inmiddels een grote naam als pianist en organist verworven en ook als componist had hij van zich doen spreken.

Saint-Saëns was bevriend met Pauline Viardot, Georges Bizet, Rossini, Gustave Doré en Berlioz.

In 1867, behaalde hij de eerste prijs tijdens een wedstrijd georganiseerd ter gelegenheid van la Grande Fête Internationale du Travail et de l'Industrie met zijn cantate Les noces de Prométhée. De jury bestond uit Rossini, Auber, Berlioz, Verdi en Gounod.

In 1868 voerde hij zijn tweede pianoconcert uit bij het Anton Rubinstein concours. In datzelfde jaar werd hij onderscheiden met het chevalier de Légion d'Honneur.

In het begin van 1870 schreef Saint-Saëns voor de kranten: la Renaissance littéraire et artistique (hij ondertekende met Phémius), la Gazette musicale, la Revue bleue, waarin hij onder meer een pennestrijd leverde tegen Vincent d'Indy.

In het begin van 1871 was hij in Engeland, waar hij voor de koningin speelde, en waar hij de partituren van Händel bestudeerde in de bibliotheek van Buckingham Palace.

In 1871 stichtte Camille Saint Saëns de Société Nationale de Musique samen met de dichter en zangpedagoog Romain Bussine en de componisten Alexis de Castillon, Gabriel Fauré, César Franck en Lalo. De Stichting was opgericht ter bevordering van de eigentijdse Franse muziek en voerde werken uit van Saint-Saëns, Chabrier, Debussy, Dukas en Ravel uit.

Zijn lyrische werk La Princesse jaune was een mislukking in 1872. Datzelfde jaar stierf zijn oudtante Charlotte Masson en in 1873 maakte hij zijn eerste reis naar Algerije.

Het populaire poème symphonique Danse Macabre (met xylofoon), moest bij zijn eerste uitvoering in 1875 herhaald worden. Ook in 1875 trouwde Saint-Saëns met Marie-Laure Truffot.

In 1876 was hij in Bayreuth. Hij schreef zeven lange artikelen voor de krant L'Estafette, en een serie getiteld Harmonie et mélodie voor de Voltaire.

Saint Saens opera Samson et Dalila, stootte in Parijs op tegenstand en kon dankzij Franz Liszt in 1877 in Weimar uitgevoerd worden onder leiding van de Deense dirigent Eduard Lassen en werd een groot succes en veroverde alle theaters van de wereld. Ook in 1877 werd de opera Le timbre d'argent uitgevoerd in het Théâtre Lyrique. Dit werk was opgedragen aan Albert Libon, een mecenas die hem 100.000 francs bood als hij zich aan het componeren wijdde. Albert Libon stierf in 1877.

De twee zonen van Saint-Saëns stierven met een tussenpoos van zes weken in 1878. Saint-Saëns verliet zijn vrouw drie jaar later, de officiële scheiding werd nooit uitgesproken. Op 22 mei 1878, voerde hij zijn requiem ter herinnering aan zijn weldoener Albert Libon uit in de kerk Saint-Sulpice van Parijs.

Zijn vele concerttoernees als pianist, organist en dirigent voerden hem door alle Europese landen alsook naar Noord- en Zuid-Amerika, Egypte, India Ceylon en Indochina.

In 1881 werd Saint-Saëns benoemd tot lid van de Académie des Beaux-Arts en in 1884 werd hij onderscheiden met het officier de Légion d'Honneur.

In 1888 stierf zijn moeder, waarop hij een reis maakte naar Algerije en zich vervolgens vestigde in Dieppe, waar in 1890 een Saint-Saëns museum werd gesticht. In datzelfde jaar publiceerde hij een verzameling gedichten Rimes familières.

Hij schreef verschillende artikelen en reisde veel. Hij verbleef in Azië, op de Canarische Eilanden, Scandinavië en in Rusland, waar hij een serie van 7 concerten gaf voor het Rode Kruis. Op die gelegenheid ontmoette hij Tsjaikovski, met wie hij een ballet improviseerde begeleid op de piano door Nikolai Rubinstein. In de ogen van de wereld was Saint-Saëns de grootste levende Franse componist.

Tijdens een vakantie in Australië, componeerde Saint-Saëns in enkele dagen le Carnaval des animaux.

De Franse première van de opera Samson et Delila was in Rouen op 3-3-1890. In 1892 werd Samson et Delila voor het eerst in de Opéra in Parijs uitgevoerd en werd een groot succes.

In 1893 werd hij dr. honoris causa van de universiteit van Cambridge. In 1900 werd hij onderscheiden met het Grand Officier de la Légion d'Honneur en met het Kruis van verdienste van keizer Wilhelm II. In 1901 werd Saint-Saëns président van de Académie des Beaux-Arts. In 1902 onderscheiden met de Commander of the Victorian Order, volgend op de compositie van een mars voor de kroning van Edward VII. In 1907 werd hij dr. honoris causa van de universiteit van Oxford.

In 1908 was Saint-Saëns de eerste componist van naam die voor de bioscoop schreef, met de muziek voor L'assassinat du duc de Guise, een film van André Calmettes en van Charles Le Bargy, de eerste film die een groot succes werd bij het volk. In datzelfde jaar publiceerde hij een Ode à Berlioz en een komedie Botriocéphale die in Parijs opgevoerd werd.

In 1913 werd hij in Cairo onderscheiden met la Grande Croix de la Légion d'Honneur. In 1914 schreef hij een serie artikelen getiteld Germanophilie, waarin hij pleitte voor de uitbanning van Duitse muziek, die van Wagner uitgezonderd.
In 1915 ging hij voor de tweede maal naar de VS en gaf een serie conferenties en concerten in New York en San Francisco. In 1916 verbleef hij vier maanden in Zuid-Amerika.

Op 6 augustus 1921 gaf hij een concert met & werken in het Casino in Dieppe, om zijn 75jarige carrière als pianist te vieren. De 21ste augustus was hij in Beziers om een repetitie van Antigone te dirigeren. Saint-Saëns keerde terug naar Algiers, waar hij aan enkele orkestraties werkte to aan zijn dood.

In zijn beste werken waaronder de derde symfonie, het tweede pianoconcert, het derde vioolconcert, het eerste celloconcert, de Carnaval des Animaux, Samson et Delila, de Beethoven variaties had hij duidelijk een eigen stijl gevonden. Hij maakte gebruik van de chromatiek uit de Romantiek, die hij naar eigen inzicht moduleerde.
Saint-Saëns was een typische classicist, die de afwerking belangrijker vond dan de emotionaliteit. Hij was de eerst Franse componist, die in de tijd van de muziekdramatische kunst, voor zuiver instrumentale vormen pleitte. Zijn stijl onderging nauwelijks enige evolutie en Saint-Saëns had daardoor weinig invloed op andere componisten.

vijf symfonieën: opus 2 in Es, (1853); opus 55 in a (1859); opus 78 in c (1886: Orgelsymfonie); in F (1856);in D (1859, alleen in manuscript).
Vijf pianoconcerten: opus 17 in D (1855); opus 22 in g (1868); opus 29 in Es gr. t. (1869); opus 44 in c (1875); opus 103 in F (1895);Drie vioolconcerten: opus 20 in A (1859); opus 58 in C (1879); opus 61 in b (1880).
Twee celloconcerten: opus 33 in a (1873); opus 119 in d (1902).

Bron oa: www.musicologie.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 19.