kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Boris Blacher

Boris Blacher geb. 19-1-1903 Newchwang/Mantsjoerije - gest. 30-1-1975 Berlijn
Duits componist

Nadat Boris Blacher eerst wiskunde en architectuur had gestudeerd, begon hij in 1922 een vierjarige muziekstudie bij Friedrich Ernst Koch (compositie) en Arnold Schering (muziekwetenschap).

Vanaf 1938 gaf hij les aan het conservatorium van Dresden en tien jaar later aan de hogeschool voor muziek in Berlijn (West). Hier volgde hij in 1953 Werner Egk als directeur op. In 1960 kreeg hij een professoraat voor elektronische muziek aan de Technische Hogeschool in Berlijn. In 1970 werd hij benoemd tot directeur van de Hogeschool voor Muziek, eveneens te Berlijn.

Blacher, wiens compositorisch oeuvre behalve a cappella-muziek nagenoeg alle genres omvat, richtte zich in zijn ritmisch veelvoudige muziek, die vaak naar parodie en satire neigt, ten dele op de twaalftoonmuziek, maar hij ontwikkelde in 1949 ook zijn eigen compositietechniek, methodische maatwisselingen die hij "variabele metrums" noemt.
Hij laat het metrum volgens wiskundge reeksen groeien en inkrimpen (biv. 2/8, 3/8, 4/8, 5/8, 6/8 en terug). De Klavier Ornamente zijn het eerste creatieve resultaat van deze methode. Omstreeks dezelfde tijd verschenen in zijn werken dodecafonische elementen, waarvan hij vrij gebruik maakte zonder zich geheel aan de dodecafonie over te geven.

Blacher, die door Igor Stravinsky geïnspireerd werd, vermeed het gebruik van strenge polyfone vormen zoals canon, fuga of imitatie. Zijn werken worden vooral gekenmerkt door wiskundige expressieve soberheid; zijn voorliefde voor muzikale spaarzaamheid had ook betrekking op de bezetting, waarbij Blacher zich richtte op het klassieke voorbeeld en de strijkers een bijzondere plaats binnen het orkest toebedeelde.

Werken o.a. ; pianomuziek: 2 sonatines, 1 sonate, Ornamente für Klavier (1950); kamermuziek: 3 strijkkwartetten divertimento voor 4 houtblazers, sonate voor viool en piano; orkestmuziek: Concertante Musik(1937), Paganini-Variationen (1947), 2 pianoconcerten (1947, 1952),vioolconcert (1949), Orchester-Ornament (1953),studie in pianissimo (1954, concert voor altviool en orkest (1955); oratoria o.a. Der Grossinquisitor, Jüdische Chronik (1961); opera's: Fürstin Tarakanowa, Romeo und Julia(kameropera, 1945), Die Flut (1946), Preussisches Märchen (1949), Abstrakte Oper nr. I, Zwischenfälle bei einer Notlandung(1963; elektronisch) ; balletten: Fest im Süden, Lysistrata, Hamlet, Der Mohr von Venedig; cantate, Träume vom Tod und vom Leben (1955); Requiem (1958); geschrift: Einführung in den strengen Satz (1953)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.