kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Bedrich Smetana

Bedrich (Friedrich) Smetana, Tsjechisch componist, geboren 2 maart 1824 in Leitomischl - gestorven 12 mei 1884 in Praag.

Biografie
Bedrich Smetana was de zoon van een brouwer en toonde al op zeer jonge leeftijd een grote begaafdheid. Al op zijn vierde jaar kreeg hij viool- en piano-onderricht. Van 1840 to 1843 bezocht hij het gymnasium in Pilsen. In deze tijd raakte hij bevriend met Katerina Kolarova een goede pianiste, met wie hij in 1849 trouwde.

Van 1843 tot 1847 werkte Smetana als muziekleraar in Praag en studeerde hij piano en theorie bij Joseph Proksch. Al snel ontwikkelde hij zich tot een vermaard concertpianist.

In 1848 stichtte Bedrich Smetana in Praag een eigen muziekschool, waaraan hij tot 1856 leiding gaf. In deze tijd leerde hij Clara Schumann en Franz Liszt, welke laatste vooral hem aanmoedigde en metterdaad steunde.

In 1856 besloot Smetana, zonder zijn vrouw, Praag en zijn land te verlaten en vestigde zich in Göteborg, waar hij als muziekleraar en als leider van de Filharmonische vereniging werkzaam was. Hier ontmoette hij de beroemde violist Ferdinand Laub, met wie hij gezamenlijke concerten hield. Tijdens een van zijn terugreizen naar Praag stierf zijn vrouw Katerina op 19 april 1859 op 32jarige leeftijd in Dresden aan tuberculose. In de zomer van datzelfde jaar verloofde Smetana zich met Bettina Ferdinandova, de schoonzus van zijn broer Karel en trouwde met haar in juli 1860.

Na een verblijf bij Liszt in Weimar vestigde Smetana zich in 1863 voorgoed in Praag. In die tijd componeerde hij onder invloed van Liszt zijn eerste symfonische gedichten, terwijl hij zich ook in de virtuoze pianomuziek (o.a etude Am Seegestade) als een aanhanger van Liszt doet kennen.

Smetana was van 1865 tot 1869 dirigent de Tsjechische Filharmonische Concerten, van 1864 tot 1865 muziekcriticus bij de krant Narodni listy, van 1863 tot 1870 voorzitter van de muziekafdeling van de pas opgerichte kunstvereniging Umelecká Beseda en van 1866 tot 1874 als opvolger van Karl Komzáks eerste dirigent van het Tsjechische Nationale Theater. Voorts maakte hij naam als pianovirtuoos en concertreizen voerden hem naar onder meer Scandinavië, Duitsland en Nderland. Hij wijdde zich echter in hoofdzaak aan de compositie.

Op 30 mei 1866 vond in Praag de wereldpremière plaats van Smetana's meest beroemde werk de opera Prodaná Nevesta (De verkochte bruid).

In 1874 werd Smetana, als gevolg van syfilis, doof, wat hem er echter niet van weerhield door te componeren. In een toestand van algehele doofheid componeerde hij onder meer een strijkkwartet Zmeho Zivota (Uit mijn leven), de opera's Hubicka (De kus), Tajemstvi (Het Geheim), de symfonische cyclus Ma vlast (Mijn land), bestaande uit zes symfonische gedichten, o.a. het beroemde De Moldau, Tsjechische dansen en vele liederen.

In 1881 maakte Smetana de honderdste uitvoering van De verkochte bruid mee, maar in hetzelfde jaar werd een nieuwe opera Certova stena (De duivelsmuur) een fiasco. Smetana verviel in zware melancholie, schiep een tweede strijkkwartet en een laatste opera Viola, begonnen in 1883, heeft hij niet kunnen voltooien. Smetana werd in 1883 geestesziek als gevolg van de syfilis en hij werd in mei 1884 in een psychiatrische kliniek in Praag opgenomen. Hier stierf hij een jaar later op zestig jarige leeftijd.

Aanvankelijke invloeden van Liszt, Berlioz en Wagner, heeft Smetana vooral in zijn nationaal getinte muziek overwonnen. Hoewel hij in zijn muziekdramatische en andere werken niet steeds bestaande Boheemse moztieven aanwendde, geven zijn melodieën op ongeëvenaarde wijze een beeld van de natuur en het leven in zijn geboorteland. Behalve De verkochte bruid, vonden Ma vlast en de twee strijkkwartetten, waarvan het eerste autobiografisch is, ook in het buitenland een vaste plaats op het repertoire.

Bedrich Smetana is als 'De vader van de Tsjechische muziek' de geschiedenis van de muziek ingegaan. Hij heeft grote invloed uitgeoefend, zowel op tijdgenoten als op latere generaties in Tsjechië.

werken: opera's: Libuse (1861), Branibori u Cechach (Brandenburgers in Bohemen, 1861-66), Prodaná Nevesta (De verkochte bruid, 1866), Dalibor (1868), Dve vdovy (De twee weduwen, 1874), Hubicka (De kus, 1876), Tajemstvi (Het Geheim, 1878), Certova stena (De duivelsmuur, 1882), Viola (ovoltooid 1883); orkestmuziek: symfonische gedichten: Richard III (1858), Wallensteins legerplaats (1858), Hakon Jarl (1861), Ma vlast (1874-79), ouvertures, Triomf-symfonie (1854); kamermuziek: pianotrio (1855), 2 strijkkwartetten (1876, 1882), 2 duetten voor viool en piano (uit: Mijn vaderland, 1880); vele bundels pianomuiek, waarbij schetsen, polka's, Tsjechische dansen; een tiental koorwerken; 3 bundels liederen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 76.