kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

basso continuo

Basso Continuo

(afgekort b.c.) : akkoordschrift.
Letterlijk: doorlopende bas. Ook wel generale bas of becijferde bas.

Systeem van cijferaanduiding boven een basso continuo waaruit de bovenliggende harmonie kan worden afgelezen, derhalve een soort van verkorte notatie van akkoorden.

De benaming basso continuo duidde oorspronkelijk op het functionele verschil van de baspartij in de na 1500 opkomende harmonische muziekontwikkeling met de baspartij in het oudere polyfone tijdperk, die een zelfstandige melodische functie had, dus niet continu behoefde te zijn, noch begeleidend was.

De generale bas [It. basso continuo] is een uit getallen (daarom ook becijferde bas) en chromatische tekens bestaand akkoordschrift boven de basstem, waaruit men de harmonieën resp. bovenstemmen reconstrueren kan. Deze praktijk van korte notatie ontstond rond 1600 en was ca 300 jaar lang in gebruik. Het muzikale kortschrift Basso continuo werd voornamelijk toegepast in de zeventiende en achttiende eeuw voor begeleidende partijen op klavier of orgel.

In ensemble muziek wordt de éénstemmig uitgeschreven baspartij vaak door een basinstrument en toetsinstrument (in accoorden) gespeeld: basso continuo. De instrumenten zijn cello (eventueel gamba of fagot) en clavecimbel. In de kerk wordt in plaats van het clavecimbel het orgel gebruikt en in de meer intieme huismuziek de luit/gitaar.

Het basso continuo is de begeleiding en erom heen worden alle mogelijke ensembles samengesteld. Naast één of meerdere melodiestemmen wordt een basmelodie gegeven met cijfers. De basmelodie wordt gespeeld door de linkerhand op clavecimbel/orgel of door gamba/cello/fagot, terwijl op basis van de cijfers het toetsinstrument in accoorden meespeelt. Vandaar de term becijferde bas naast basso continuo.

Becijferde bas vanwege de notering van de harmonie door alleen de baslijn te noteren en daarboven met cijfers de intervallen van de overige noten of akkoordtonen te noteren.

De clavecinisten of organisten die voor de uitwerking van de harmonieën verantwoordelijk waren moesten op grond hiervan hun begeleiding improviseren, ongeveer zoals tegenwoordig in de jazz muzikanten met akkoordsymbolen werken. De baslijn zelf werd meestal versterkt door een cello, gamba of fagot


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 242.