muziekbus







Ballet

1a. Essentieel een door een choreograaf uitgewerkte dansschepping, waarin door meerdere dansers een handeling ontwikkeld wordt. Door verruiming van begrip, eveneens de dansintermezzi in de opera en alle groepsdansen van abstracte en absolute opvatting.
1b. toneeldans met of zonder instrumentale begeleiding; vele componisten schreven speciaal voor dit doel muziek
2. Het ensemble van dansers en danseressen, dat onder leiding van de balletmeester een dansschepping uitvoert. De dansers van het ensemble worden hier hiërarchisch geordend, zonder dat echter voor deze rangschikking een vaste regel geldt.
3. Eveneens baletto genoemd: in de zeventiende eeuw de eerste beweging van de muzikale suite in 4/4 of alla breve maat. Later kwam de naam intrada in de plaats.

ballet

Wat is Ballet?
Ballet komt van het Italiaanse woord ballare, wat dansen betekent.
Ballet is de klassieke of academische westerse theaterdans, een danskunstwerk, met of zonder muziekbegeleiding, in een vaste choreografie, gezet door een choreograaf en uitgevoerd door (een gezelschap) beroepsdansers. Balletten worden uitgevoerd in een theater of een aangepaste ruimte, op een toneel of podium en voorzien van speciaal voor het ballet ontworpen kostuums, decor en belichting. Een ballet wordt uitgevoerd voor een publiek.

Het ontstaan
Dans is waarschijnlijk zo oud als de mensheid.
Uit de oudheid zijn verschillende soorten dans bekend gebleven.
Veel dansen hadden te maken met de heersende landbouwcultuur. Dansen waren vaak religieus of ritueel van aard.
In de Middeleeuwen is het klimaat minder gunstig om dans tot ontwikkeling te laten komen. Het christendom keurt dans in het algemeen af, vanwege heidense associaties met zinnelijkheid en de duivel. Toch blijft de wereldse functie van dansen als vermaak en plezier bestaan.

Het begin van de westerse theaterdans
Bij het woord ‘ballet’ denken velen aan frêle ballerina's op pointes en in tutu's, of aan jongemannen in collants die virtuoze sprongen uitvoeren. Maar dit klassieke beeld is niet de enige balletvorm die men door de eeuwen heen gekend heeft.

Op (huwelijks)feesten zijn de eerste vormen van ballet te vinden, die op een soort gedanste triomftocht met mythologische voorstellingen leken.

In de Renaissance wordt dans verheven tot een kunstvorm.
Deze dans heeft regels, vastgestelde passen met een voorgeschreven wijze van uitvoering.

1462 - Eerste geschrift over danstechniek, door Domenico di Piacenza.
Balletti
De balletkunst vindt haar oorsprong in het Italië van de 15de eeuw,
Een belangrijke ontwikkeling waren de dans-tussenspelen. Deze noemde men 'balletti' (letterlijk dansen), wat het best kan worden vertaald met figuur-dansen: voor het eerst waren namelijk de dansen speciaal gearrangeerd met het oog op bepaalde ruimtelijke figuren of patronen, die waren bedoeld om de toeschouwers esthetisch te bekoren. Van deze 'balletti' is de term 'ballet' afkomstig. Deze figuur-dansen hadden zoveel sukses dat ze aan het einde van de vijftiende eeuw in de dans-feesten aan de Italiaanse hoven een steeds belangrijkere rol gingen spelen. Maar de figuur-dansen werden pas van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van de theaterdans, toen ze door Italiaanse dansmeesters naar Frankrijk werden gebracht door Cathérina de Medici.

Toen Cathérina de Medici trouwde met de Franse edelman, die later Hendrik II, koning van Frankrijk zou worden, nam ze heel haar hofhouding uit Florence mee. Niet alleen de Florentijnse keukenkunstenaars, maar ook andere: Italiaanse musici en dansmeesters. Zij was zo verknocht aan de kunsten en ook aan de danskunst, dat men haar de ‘Moeder van de theaterdans’ noemde.

Toen haar zoon Hendrik III aan de macht was gekomen, behield ze haar invloed alleen nog in het artistieke vlak. Haar zoon, Hendrik III, was homofiel (daar werd in de 16e eeuw anders mee omgegaan dan in de XXIe eeuw), en hield grote feesten met vele van zijn vriendjes. Het spreekt voor zich, dat moeder Cathérina hem hierin stimuleerde.

Eerste Hofballet
Het Palet Comique de la Reyne, dat in 1581 aan het hof van Catharina de Medici opgevoerd wordt is het eerste hofballet waarvan gedetailleerde informatie bewaard gebleven is. Le ballet comique de la reine Louise (Het verhalende ballet van de Koningin)(comique=verhalend) werd opgevoerd vanwege een (politiek) huwelijk en was imponerend vanwege de pracht en de praal, die het uitstraalde. Dit werk nu wordt gezien als het eerste Hofballet, het begin van de westerse theaterdans.
Fabritio Caroso: Il Ballarino (1581) De uitvoering ervan had op een dermate hoog artistiek niveau plaats gehad, dat het nog jaren zou duren, voordat er weer zo’n hoogstandje van ‘gezamenlijke Kunst’ tot stand zou komen. (zie volledige bron)

1608 - Cosimo de Medici organiseert in Florence een paardenballet.

De ballettomaan Lodewijk XIII stierf in 1643, waarna hij werd opgevolgd door zijn vijfjarige zoon Lodewijk XIV (1638-1715) voor wie koningin-moeder Anna tot 1651 het regentschap vervulde.

Het hofballet was niet zo populair meer toen Lodewijk XIV in 1643 de troon besteeg. De nieuwe Franse koning was echter dol op dansen. Hij wou de kunst terug tot de perfectie herstellen.

Het Franse hofballet
Hoewel zijn vader in meerdere balletten in de rol van een zonnegod of -koning was opgetreden, is Lodewijk XIV tenslotte de geschiedenis ingegaan als Zonnekoning. Zo voelde hij zich ook. Hij was het toppunt van het Koningschap uit het ‘Ancien Régime’. Hij was het absolute middelpunt, en daarom verzamelde hij op allerlei vakgebied de beste mensen rond zijn troon. Door al deze mensen werd hij verheerlijkt, en was hij (minstens voor zichzelf) de personificatie van God, Hij, lodewijk XIV, de absolute Monarch, het middelpunt van Frankrijk, van de wereld.

Ook op het toneel, bij de dansvoorstellingen, was alles gericht op de Koning, de Zonnegod, en daar voelde hij zich heel wel bij.

Rond 1653 ontstaat onder leiding van Lodewijk de XIV één van de vroegste spektakelvormen onder de naam ‘hofballet’ ; het zgn. ‘ballet de cour’. Het ‘ballet de cour’ is een totaalspektakel dat, zoals zijn naam laat vermoeden, aan het hof opgevoerd wordt: in de Bourbon-zaal in het Louvre te Parijs, of in een van de koninklijke paleizen in de buurt van Parijs (Fontainebleau, Saint-Germain, Chantilly, en later ook Versailles). De uitvoerders zijn grotendeels hovelingen en leden van de adel, ‘amateurs’ dus in onze moderne terminologie. Het is voor hen een hele eer om in een koninklijk ballet te mogen meedansen en, zoals uit dagboeken uit die tijd blijkt, krijgt een dergelijke opdracht soms zelfs voorrang op een politieke missie.

Een hofballet kan in het algemeen worden omschreven als een feestelijke multimedia-produktie met muziek, zang, dans, voordracht en mime, met een allegorische strekking van politieke of moraalfilosofische aard waaraan door de hovelingen zelf werd deelgenomen. Hierbij ging het meer om een estetisch aantrekkelijk schouwspel dan om dramatische zeggingskracht. Kenmerkend was dan ook dat muziek en dans voornamelijk decoratieve waarde hadden terwijl de handeling werd aangegeven door de woorden van de zang of voordracht; het meest (emotioneel-)expressief was vooral het gebarenspel. De onderwerpen voor de handeling werden vooral ontleend aan de Griekse of Romeinse mythologie en aan Middeleeuwse verhalen over de strijd van Christenen tegen ' Moren' (zoals het Roelantslied of verhalen over kruisvaarders)...

Andere onderwerpen van de hofballetten zijn ondermeer geinspireerd op de romanliteratuur, een genre dat in de 16de eeuw populair werd en waarin vooral thema's van de Italiaanse dichters Ariosto en Tasso geliefd waren. Een veelvoorkomend thema is dat van de ‘bevrijding’; waarbij een dappere ridder verlost wordt van een of andere duistere macht. Dikwijls is het gekozen onderwerp ook te beschouwen als een politieke allegorie, waarbij het gebruikte mythologische verhaal of romanisch thema parallellen met een eigentijdse situatie suggereert. Het is dus nodig om de politieke achtergrond van een ballet te kennen om de (extra) betekenis van het verhaal te begrijpen.

1653 - Lodewijk XIV danst als zonnegod Apollo in Le Ballet Royal de la Nuit, Frankrijk.
Zeer kenmerkend voor het klassieke hofballet was dat er niet een doorlopend verhaal werd uitgebeeld maar dat alle verschillende episodes wel met een bepaald thema of onderwerp te maken hadden. In Het ballet van de nacht (1653) - waarin Lodewijk zelf zijn eerste triomf als balletdanser vierde - ging het bijvoorbeeld om de overwinning van het Goede op het Kwade, gesymboliseerd door de overwinning van de Dag op al het slechte van de Nacht. De veertienjarige Lodewijk vertolkte in dit hofballet zes verschillende rollen; de laatste, die van de Opgaande Zon, was tevens bedoeld als allegorie op de heerlijkheid en grootse toekomst van de jonge koning. Zijn deelname aan de dans had een magische werking op de dansers en op het publiek. Of hij nu wel een goede danser was of niet, is niet zo duidelijk, maar het feit, dat hij meedeed, maakte, dat iedereen erover sprak en dat hij met de allure van zonnekoning, 'Roi Soleil', de eerste balletster werd van de geschiedenis. De kosten voor het 'verhalende ballet' waren zo hoog geweest, dat dat ook niet al te vaak herhaald kon worden. De mensen waren arm, en de oorlogen talrijk.
zie ook: Lodewijk XIV als eerste balletster

Vormen en kenmerken van het Franse hofballet,
'Ballet comique' en melodrama-ballet bevatten de kiemen voor de twee afzonderlijke specialisaties die zich later gingen ontwikkelen via de gescheiden wegen van het ballet en de opera. Maar eerst kwamen hun ontwikkelingslijnen samen, en wel in het zogeheten klassieke hofballet of groepen-ballet ('ballet entrées' ) dat na ongeveer 1625 ontstond. Dit was vooral te danken aan de eerste balletster die hierin schitterde, namelijk de Zonnekoning Lodewijk XIV.
Het hofballet is eigenlijk een soort ‘GesamtKunstwerk’. Deze term wordt pas bij Richard Wagner in de Hoog Romantiek gebruikt, maar eigenlijk geeft die term ongeveer weer, wat we met 'Ballet de Cour', of ‘Hofballet’ bedoelen.

Er zijn 3 vormen 'Ballet de Cour':
- Het Ballet Comique, een doorlopend verhaal uitgebeeld in veel dans;
- Het Maskerade Ballet (in Engeland 'Mask' genaamd), meestal geen doorlopend verhaal, wel prachtige enscenering;
- Het Melodrama Ballet, vooral de zang was hier erg belangrijk, terwijl het ballet een doorlopend verhaal uitbeeldde.

Het schouwspel was het belangrijkst: muziek en dans waren dus ondergeschikt aan wat men wilde uitdrukken. Ze waren eerder bedoeld om het fijne decoratieve ervan.

De structuur was meestal:
- Proloog met Zang en/of declamatie;
- Meerdere groepen met zang/dans en voordrachten;
- Zang met aankondiging van Finale;
- Het grote finale Ballet.

Het aandeel van Lully en Molière in de hofballetten
Om een voorbeeld te nemen, de struktuur van 'Het ballet van de nacht' van Lodewijk de XIV was, zoals gebruikelijk, ontleend aan die van de maskerade-balletten en er waren niet minder dan drieënveertig verschillende optredens van groepen ('entrées'). Deze maakten deel uit van allerlei episodes die waren ondergebracht in vier grote bedrijven. Ieder bedrijf symboliseerde een tijdsperiode van drie uur zodat het hele ballet de tijdsspanne aangaf van twaalf uren - van zes uur in de namiddag tot zes uur in de ochtend - waarbinnen de avond en de nacht vallen.In het begin van de 17e eeuw komt het recitatief voor. Dit woord komt van het franse woord réciter, hetgeen ‘vertellen’ betekent. De uitvoering van een recitatief geschiedt door op één toon een verhalende tekst te zingen. Hierdoor komt de tekst duidelijk naar voren (monodie). Dit recitatief zal in de ontwikkeling van de opera een belangrijke rol spelen.

Aan de danspassen was eigenlijk nog weinig veranderd. Dit kwam doordat de dansers kleding aan hadden die bij een rol hoorde, maar waarin je je onmogelijk kon bewegen, laat staan dansen. Een andere reden was, dat het figuurdansen erg populair was geworden.

Men onderscheidt twee soorten dansen in het 17de-eeuwse hofballet: de zgn. ‘horizontale dans’ en de ‘imitatieve dans’.
horizontale dans,
In de 17de eeuw is ook de belangstelling voor meetkunde belangrijk voor de ontwikkeling van het klassieke ballet. De vormgeving van bewegingen weerspiegelen de belangstelling voor perspectivische lijnen en geometrie. De horizontale of geometrische dans wordt uitgevoerd door een relatief grote groep dansers, die geometrische figuren op de dansvloer beschrijven. Het libretto van het 'Ballet de Monsieur de Vendosme' (1610) bevat een gedetailleerde beschrijving van de geometrische figuren van het slotballet, gedanst door 12 ‘ridders’, waaronder de 14-jarige Duc de Vendôme, gewettigde zoon van Henri IV en Gabrielle d'Estrées. Deze figuren zijn volgens de auteur ontleend aan een oud druïdenalfabet en beelden begrippen uit zoals ‘amour puissant’, ‘ambitieux desir’, ‘vertueux dessein’, ‘renom immortel’ en ‘pouvoir supresme’.

Dergelijke figuratieve dansen worden uiteraard het best van bovenaf bekeken: op afbeeldingen ziet men dan ook dikwijls de toeschouwers op galerijen aan weerszijden van de zaal zitten. Er wordt niet op een verhoogde scène gedanst, maar in de zaal zelf. Bij de vroegste hofballetten is er trouwens geen verhoogde scène aanwezig en speelt het ganse ballet zich af in de zaal. Bij de latere balletten dalen de dansers voor de figuratieve dansen van de verhoogde scène naar de zaal af.

imitatieve dans,
In de imitatieve dans beeldt de danser door zijn bewegingen en mimiek een zeker personage (niet zozeer een individu, maar eerder een type) uit. Deze dansen zijn soms zeer acrobatisch en vereisen dusdanige virtuoze passen en gevaarlijke sprongen, dat zelfs een getalenteerde adellijke danser ze niet meer kan uitvoeren. In dat geval doet men beroep op een professionele danser: hier begint een evolutie van het ballet tot een specialiteit waarvan de amateur uiteindelijk uitgesloten wordt.

Vooral in zgn. burleske balletten speelt de imitatieve dans een grote rol. Hier ligt de nadruk niet zozeer op het verhaal of het uitbeelden van een allegorie. Het is de eerder de bedoeling de toeschouwer te amuseren en te verbazen met spectaculaire acrobatieën en vreemdsoortige kostuums, die in een snelle opeenvolging van gedanste ‘entrèes’ ten tonele gevoerd worden.

De dans is een belangrijk onderdeel van het hofballet, maar het is niet het enige aspect dat aan bod komt. Zoals eerder werd vermeld is het ‘ballet de cour’ een fusie van vier kunsten: dans, muziek, poëzie en schilderkunst. Belangrijk is de wisselwerking tussen die vier onderdelen en de manier waarop ze elkaar aanvullen bij het bewerkstelligen van een gemeenschappelijk doel: de imitatie, of de representatie van de Natuur. Het hofballet wordt aldus verheven tot een ‘kunst’ waarvan de regels uitvoerig in traktaten beschreven worden.

1661 - Lodewijk XIV sticht de Acadèmie Royale de Danse, Frankrijk.
Omdat er steeds hogere eisen aan de prestaties van de dansers werden gesteld en het niveau van de hofballetten steeds hoger werd, konden de hovelingen de dansen niet meer uitvoeren. Daarom stichtte Lodewijk XIV in 1661 de Académie Royale de la Danse, een genootschap van dertien dansmeesters uit Frankrijk. Zij legden in handboeken de basisprincipes van het klassieke ballet vast. Een belangrijk basisprincipe is het en-dehors draaien, oftewel buitenwaarts draaien. Dit houdt in dat er vanuit de heupen, benen en voeten naar buiten gedraaid diende te worden. Dit druist tegen de natuur in, maar heeft ook voordelen (bijvoorbeeld dat het been hoger opgetild kan worden). Ook was deze onnatuurlijkheid in deze periode heel erg in’, want de mens stond superieur aan de natuur. Een ander belangrijk basisprincipe zijn de vijf voetposities, die natuurlijk ook allemaal uitgedraaid zijn. Het voordeel hiervan is dat van daaruit op de meest efficiënte en soepele manier allerlei beenbewegingen in verschillende richtingen gemaakt kunnen worden. Met de stichting van de Académie maakte Lodewijk van de dans een kunst met zeer strenge regels. De gezelschapsdans en de toneeldans liepen definitief uit elkaar, het ballet verhuisde van de balzaal naar het podium en het dansen werd een beroep. De Académie was echter geen opleidingsschool voor dansers. Die kwam er in 1714 met de oprichting van het Conservatoire de la Danse et Musique.

1669 - Stichting van de Acadèmie Royale de Musique, Frankrijk.

1681 - Eerste vrouwelijke danseres op het toneel in Le Triomphe de l'Amour van Jean Baptiste Lully, Frankrijk.
In de 17e eeuw was het ongewoon voor een vrouw om in een openbaar ballet als danseres te verschijnen. Maar in 1681 nam Lodewijk XIV het besluit dat ook vrouwen toch mee mochten dansen in openbare balletten. Tot die tijd waren het alleen mannen in travestie geweest die de vrouwenrollen mochten vertolken. Mademoiselle Lafontaine was de eerste vrouw in het ballet Le Triomphe de l'Amour.

Rond 1700 wordt het ballet een volledige theaterkunst.
Professionele dansers in openbare, burgerlijke theaters in de stad voeren de balletten uit. In het begin zijn de dansers vooral mannen. Zij beheersen een virtuoze techniek van springen en draaien.

1717 - Opvoering in Londen van The Loves of Mars and Venus van John Weaver.

1727 - Marie Camargo maakt haar rokken korter, Frankrijk.
Er ontstond ontevredenheid over het overdreven overdadige decor en de pompeuze aankleding. Al die pruiken, rokken en maskers en vooral de ingesnoerde tailles en schoenen met hoge hakken zaten eigenlijk alleen maar de ontwikkeling van de choreografie en de uitbreiding van de passen in de weg. Twee danseressen brachten daar verandering in: La Camargo verkorte haar rok 10 cm, omdat ze haar virtuoze voetenwerk goed wilde laten zien. En nog extremer was La Sallé, die in een soepele tunica en op blote voeten danste, waarmee ze zowel bewondering als afschuw opwekte.

Na enige tijd gebeurde er iets vreemds: ook al was het ballet nog zó geliefd tijdens de barok, aan het einde van de barok werd de danskunst ineens spontaan vergeten. Er werden alleen nog maar zoetige pastorales (herderspelen) opgevoerd. De dans was een nietszeggende, bijna bespottelijke bezigheid geworden. Alle onder Lodewijk XIV ontwikkelde danstechnieken en alle pracht en praal uit de barok raakten verloren. Gelukkig bracht Jean-Georges Noverre (die ook wel de vader van het handelingsballet genoemd wordt) hier in de 18e eeuw weer verandering in.

1738 - Keizerlijke Ballet School opgericht in St.-Petersburg, Rusland.

handelingsballet
In de tweede helft van de 18de eeuw ontstaat het handelingsballet. Voor het eerst in de geschiedenis van de theaterdans, is het ballet in staat om zelfstandig een verhaal uit te beelden. Het is een uitvoering zonder gesproken of gezongen tekst door acteurs en zanger, en met meer expressiviteit door onder andere gebarentaal van de dansers. Het handelingsballet is de eerste vorm van ballet, die lijkt op wat wij tegenwoordig kennen.

1758 - Jean Georges Noverre maakt twee handelingsballetten (ballets d'action), Les Caprices de GalathÈe en La Toilette de Venus, Frankrijk.

Naast Noverre waren de Engelsman John Weaver (1673-1760), de grondlegger van de Engelse pantomime en één van de voorlopers van het ballet d'action en ook de aartsvijand van Noverre, Gaspero Angiolini (1731-1807), die in Wenen met de Oostenrijkse choreograaf Hilverding hun vorm van ballet d'action uitwerkte, belangrijk voor het nieuwe handelingsballet.

Noverre was zelf danser, choreograaf en danstheoreticus en bracht in 1759 zijn boek Lettres sur la Danse et sur les Ballets uit. In dit boek verdedigde hij stellingen die de basis legden voor een nieuw genre, het ballet d'action (handelingsballet). Dit nieuwe genre had een zinvolle inhoud, doorlopende actie, expressie, belang van het balletkorps en aangepaste kostuums. Dit blijkt uit het volgende citaat: ''zie af van die cabrioles, entrechats en uiterst ingewikkelde passen; houd op met het maken van grimassen en bestudeer gevoelens, ongekunstelde gratie en expressie. Weg met die levensloze maskers die slechts een slappe imitatie van de natuur zijn: ze verbergen je gelaatstrekken, verstrakken bij wijze van spreken je emoties, waardoor ze je beroven van je meest belangrijke expressiemiddelen; zet die enorme pruiken en reusachtige hoofdtooien af, die de juiste proporties van hoofd en lichaam bederven; verwerp het gebruik van die stijve en lastige hoepelrokken, die afleiden van de schoonheid van de beweging en die de elegantie van je houdingen wanstaltig maken.''

1762 - Catharina de Grote wordt keizerin van Rusland.

1774 - Stichting van de Bolsjoi Balletschool in een weeshuis in Moskou, Rusland.

1781 - Noverre wordt balletmeester van het Kings Theatre, Londen.

1789 - Begin Franse revolutie.

In de eerste stukken van het handelingsballet werd vaak nobele tragiek benadrukt, maar in de decennia rond 1800 kwam ook hierin verandering. Door het uitbreken van de Franse Revolutie (die een einde maakte aan de monarchie) in 1789, waren de hoofdpersonages in balletten steeds vaker vertegenwoordigers van de gewone burgers en handelden de uitgebeelde verhalen steeds vaker over gewone mensen. Ook zorgde de revolutie ervoor dat het ballet zich buiten Parijs verspreidde, want de burgerij zag het ballet nog steeds als een aangelegenheid van de adel en daarom vluchtten de werkloze choreografen en dansers naar de Franse provincies of naar andere landen. Die verspreiding zorgde er weer voor dat nieuwe ideeën werden opgenomen en dat de danskunst zo verschillend beïnvloed werd. Deze periode met de meer volkse onderwerpen zijn te beschouwen als een overgang naar het romantische ballet, omdat toen de balletpodia bij voorkeur door de burgers bevolkt werd.

1801 - Salvatore Vigan- presenteert Schepselen van Prometheus in Wenen, op de enige balletmuziek die Beethoven schreef.

1804 - Napoleon wordt gekroond tot keizer van Frankrijk.

1815 - Slag Bij Waterloo.

1830 - August Bournonville wordt balletmeester van het Koninklijk Deens Ballet. Carlo Blasis publiceert in Londen The Code of Terpsichore.

Het romantische ballet
De onmiddellijke inspiratiebron voor het ontstaan van het romantisch ballet was de het 'Nonnenballet' uit de opera 'Robert Ie Diable' van Giacomo Meyerbeer uit 1831, gechoreografeerd door Filippo Taglioni. Op 22 november 1832 bracht Adolphe Nourrit, een gevierd tenor van de Parijse Opera, een scenario voor het ballet naar de directeur, Dr.l. Véron. Dit scenario, dat verhaalde over een elf, gedanst door Marie Taglioni, die via de schoorsteen de menselijke wereld binnen- en buitenvliegt, zou de basis worden van het wereldberoemde ballet la Sylphide.
La Sylphide bekleedt een unieke plaats in de balletgeschiedenis, want de produktie ervan betekende de start van een volledig nieuw choreografisch tijdperk: dat van het romantisch ballet. Een Sylfide is een gewichtloze sprookjesfiguur, een luchtgeest. Met haar spitzen en zeer gracieuze houdingen tart zij voortdurend de zwaartekracht.

In de negentiende eeuw bekleedt de Romantiek een positie als belangrijkste stroming in alle kunsten.
De danskunst is uitermate geschikt om de idealen van de romantiek zichtbaar te maken.
Het romantische levensgevoel komt tot uiting in de onderwerpen van het ballet: onmogelijke liefdes, verre landen en sprookjes. Ook de techniek wordt aangepast aan het karakter van de romantiek. Om de indruk van 'zwevende' danseressen te wekken, ontstaat de spitzen techniek. Ook de witte, halflange tutu als kostuum suggereert dat de danser een licht, bovennatuurlijk wezen is. De rol van de mannelijke dansers beperkt zich in deze balletten veelal tot het ondersteunen van de schijnbaar gewichtloze, vrouwelijke danseressen.

Algemene kenmerken van de romantiek, die van belang zijn voor de danskunst:
- Opkomst nationalisme. Ontstaan nationale kunstscholen. Men gaat teruggrijpen naar: verhalen uit het eigen verleden, verheerlijking van nationale helden, terugkeer naar volksmuziek, volksinstrumenten, volkdansen: ontstaan van de karakterdans.
- Verheerlijking van het bovennatuurlijke, van de geest boven de stof Wegvluchten van de realiteit en de materie. Overwicht van de verbeelding, het mystieke en de droom: de verhalen worden heel anders en gaan nu over elfen, nimfen, bosgeesten, water- en luchtgeesten, dolende zielen, betoverde wezens. Tragische liefdesgeschiedenissen geven een botsing aan tussen realiteit en droom. De aankleding wordt ook totaal anders: ontstaan van het ballet blanc.

- Eugène Lamy ontwerpt de tutu's:
tutu romantique = lang en soepel in de beginperiode,
tutu classique = kort en stijf in de latere romantiek.
- Een andere andere manier van dansen: invoeren van de pointe en de pointetechniek (spitzen). Loskomen van de aarde wordt als een ideaal gezien, het effect van zweven of vliegen. Door de pointes is er een geweldige uitbreiding wat stappenmateriaal betreft en het opdrijven van de techniek en de virtuositeit, door het kleine steunvlak van de voet.
- Het gebruik van theatermachinerieën neemt toe en men is in staat steeds meer onverwachte effecten te realiseren.
- Alle grote klassiek-romantische balletten brengen een afwisseling van karakterdans (dat is de reële wereld) en ballet-blanc (dat is de droomwereld).
- De karakterdans wordt in de romantische balletten ook aangewend om het kwade uit te drukken in de figuur van de tovenaar, de heks, de slechte fee ed.
- Verheerlijking van de natuur. Dit uit zich vooral in het scènebeeld: de plaats van handeling is bijv. een bos (La Sylphide, Giselle), een meer (Het Zwanenmeer), een zee (Ondine)
- Drang naar het 'exotische' en het onbekende vb: La Péri (oosterse prins en de ziel van een bloem), La Sylphide (Schotland), het macabere 'de wereld der doden en schaduwen (Giselle, La Bayadère), vreemde culturen (invoeren van 'Chinese', 'Hongaarse', 'Schotse', 'Spaanse' dansen)
- De verheerlijking van het lichaam van de vrouw als symbool van liefde, trouw, droom, vrijheid. Het hoofdpersonage is steeds een vrouwenrol.
- Het ontstaan van het sterrendom: Marie Taglioni, Carlotta Grisi, Lucille Grahn, Fanny Cerrito, Fanny Elssler (een karakterdanseres) Er ontstond nu ook een strikte hiërarchie in het balletkorps. Er zijn slechts enkele mannelijke dansers: Jules Perrot, Lucien Petipa.

1837 - Kroning van koningin Victoria.

1840 - Fanny Elssler is de eerste ballerina van de romantische school die op tournee gaat in de VS.

1841 - Eerste voorstelling van Giselle, Parijs.

1845 - Vier sterren van het romantisch ballet (Fanny Cerrito, Lucile Grahn, Carlotta Grisi en Marie Taglioni) dansen Jules Perrots beroemd geworden Pas de Quatre.

1861-1865 Amerikaanse burgerloorlog.

1862 - Een ster in opkomst, Emma Livry, weigert in Parijs om een brandveilige tutu te dragen, omdat die niet hagelwit is. Tijdens de repetitie vatten haar rokken vlam, en ze sterft aan haar verwondingen.

1869 - Marius Petipa wordt eerste balletmeester bij het Keizerlijk Ballet van de tsaar, St.-Petersburg. Eerste opvoering van Don Quichot, Moskou.

De decadentie van het laatromantische ballet
1870 - Eerste voorstelling van Coppèlia, Parijs. Begin Frans-Pruisische oorlog. belegering van Parijs.

Kenmerkend voor de laatromantische balletten in het Westen, en wel voor hun decadentie is wel het ballet Coppélia. Bij de première werd de rol van Franz gedanst door een vrouw in travestie; wat nog tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw de gewoonte bleef bij Het Ballet Van De Opera Van Parijs. Ook in andere balletten kwam het voor dat de mannelijke hoofdrol door een ballerina in travestie werd vertolkt (alleen in Rusland werd dit geen mode). Dit was een tegemoetkoming aan de smaak van het mannelijke publiek dat het voor 't zeggen had. De verering van de ballerina in de romantiek berustte namelijk niet alleen op artistieke gronden maar had ook erotische redenen. In de balletten werden daarom de danseressen zo aantrekkelijk mogelijk gepresenteerd, met het oog op hun erotische aantrekkingskracht. Dit ging zelfs zo ver dat velen liever helemaal geen mannen meer zagen zodat de ballerina in travestie kon verschijnen. Voor toeschouwers kon dit dubbel aantrekkelijk zijn, vanwege de voor veel mannen opwindende gedachte dat het liefdespaar op het danspodium eigenlijk uit twee vrouwen bestond.

Vooral bij Het Ballet Van De Opera Van Parijs leidde deze decadente ontwikkeling tot wantoestanden. Het spreekwoordelijke symbool hiervan werd de beroemde en beruchte 'dansfoyer' ('foyer de la danse'): dit was een zaal achter het toneel, waar de dansers zich voor en na hun optreden konden verpozen. De rijke abonnement-houders hadden eveneens toegang tot de dansfoyer waar zij zich konden onderhouden met hun favoriete danseressen. Ook in de voorstellingen zelf was het niet ongebruikelijk dat de danseressen - niet alleen solisten maar ook leden van het corps de ballet - door schaamteloos koket gedrag de aandacht op zichzelf probeerden te vestigen.

Het verval van de danskunst in het westen komt vooral door het volgende:
- De pointetechniek is uitgegroeid tot een virtuoze stunt, die vaak los komt te staan van de rest van de voorstelling. Het doel was slechts de eer van de eerste danseres.
- De verheerlijking van de vrouw als symbool van schoonheid en vrijheid leidde tot enkel nog vrouwelijke hoofdrollen. Het verdwijnen van de mannelijke danser; hij heeft slechts als functie: liften (omhoog duwen) en ondersteunen van de ballerina: hij wordt dan genoemd de porteur
- De mannenrollen worden aangeboden in travestie: het verval van de danskunst, verwijfdheid, negatieve indruk van de mannelijke danser.
- Het ontstaan van de Foyer de la Danse van de Parijse Opera, een oefenzaal achter het toneel. Men kon er afspraakjes maken met de danseressen. Dit leidde tot prostitutie en dus een heel slechte reputatie van de danseressen en het dansersberoep.

Aan het eind van de negentiende eeuw had Het Ballet Van De Opera Van Parijs - dat de bakermat van het akademische ballet was geweest - zijn ooit toonaangevende positie geheel verloren. In dit verband is het ook opmerkelijk dat in de reeks van beroemdste romantische ballerina's geen enkele Franse danseres voorkomt. Pas in de jaren dertig van de twintigste eeuw werd Het Ballet Van De Opera Van Parijs weer artistiek belangwekkend, met name dank zij Serge Lifar. Deze was afkomstig uit Rusland, zoals alle danskunstenaars die in het eerste kwart van de twintigste eeuw het akademische ballet hebben vernieuwd.

De grote sterren beginnen tournees te ondernemen en stilaan vertrekken meer en meer dansers en choreografen uit Parijs naar Rusland, waar de romantische danskunst verder ontwikkeld en tot een hoogtepunt komt in de Marius Petipa periode. De dans wordt daar 'een parel aan de kroon' van de tsaren.

Het klassieke Russische ballet
Vooral tsaar Peter de Grote(1672-1725) en Catharina II(1729-1796) hadden veel bijgedragen aan de ontwikkeling van het ballet, dat door Franse dansmeesters, choreografen en ballerina's werd beheerst. In de Keizerlijke balletschool van Peter de Grote worden jongens en meisjes gekocht van lijfeigenen. In de romantische periode is er sprake van 'balletomania': de bewondering voor bijvoorbeeld de ballerina Marie Taglioni leidde tot het nuttigen van haar balletschoentjes door bewonderaars!
De negentiende eeuwse sprookjesballetten

Eind 1875 kreeg Peter llyich Tsjaikovski de opdracht om de partituur voor een ballet te schrijven. Hij stelde zelf voor dat dit nieuwe werk Het Zwanenmeer zou zijn. Op dat ogenblik wist niemand dat Het Zwanenmeer het beroemdste ballet aller tijden zou worden en Tsjaikovski wist zeker niet dat hij er zoveel ellende zou mee hebben.

1877 - Eerste voorstelling van Het Zwanenmeer in Moskou is geen succes, die van 1895 in St.-Petersburg wel.

1890 - Eerste voorstelling van De Schone Slaapster, St.-Petersburg.

1892 - Eerste voorstelling van Dë Notenkraker, St.-Petersburg.

1895 - Eerste uitvoering van 32 fouettès in Het Zwanenmeer, door Pierina Legnani in St.-Petersburg.

Als we naar de ontwikkeling van het klassieke ballet kijken, zien we dat de laatste grote veranderingen tijdens de romantiek plaatsgevonden hebben. We kunnen deze periode dan ook wel beschouwen als het eindstation.

1905 - In Rusland maakt Michail Fokine voor Anna Pavlova een solo van drie minuten: De Stervende Zwaan. Op haar kostuum zitten echte veren. zie ook hier

Rusland en West-Europa
In 1847 vertrok Marius Petipa naar Rusland. Marius Petipa werd geboren te Marseille in 1822. Hij was een telg uit een dansersfamilie, want vader, broers en zuster waren ook beroepsdanser. Hij debuteerde op 9-jarige leeftijd. Zijn vader, Jean-Antoine Petipa, had in 1826 het dansconservatorium opgericht en was er directeur.

Petipa bracht het Russisch ballet tot een ultiem hoogtepunt en maakte van Rusland het leidinggevend balletland op wereldvlak. Zijn leraar Enrico Ccechetti onderwees de meest begaafde dansers van het Keizerlijk Ballet zoals Anna Pavlova, Tamara Karsavina en Vaslav Nijinsky. Doordat die later met de 'Ballets Russes” van Sergei de Diaghilev in het westen optraden zijn Petipa en Cechetti te beschouwen als 'de brug' tussen Rusland en West-Europa aan het begin van deze eeuw.

Door zijn tamelijk revolutionaire ideeën wist Fokine nieuwe impulsen te geven aan de ontwikkeling van het handelingsballet. Zijn artistieke credo heeft Fokine vastgelegd in een beroemd geworden brief aan het Londense dagblad 'The Times' (6 juli 1914). Hierin formuleerde hij vijf principes voor het maken van balletten, die alle zijn gericht op het vergroten van de eigen zeggingskracht van de dans. Dit expressionistische credo is als volgt samen te vatten:
- Voor iedere choreografie moet als het ware een nieuwe bewegingsstijl worden gecreëerd, die past bij zowel het onderwerp als de muziek.
- Alle beweging - zowel dans als mime - dient, om in een ballet zinvol te zijn, een dramatische situatie uit te beelden.
- Bewegingen van het gehele lichaam verdienen de voorkeur boven gebarenspel; het laatste moet alleen worden gebruikt voor zover de stijl van het ballet dat vereist.
- Groepsdansen mogen niet louter als dekoratie worden ingelast: ze dienen ook een eigen zeggingskracht te hebben, die overeenstemt met de dramatische situatie.
- De choreografie speelt een eigen en niet-ondergeschikte rol, op voet van volslagen gelijkheid, naast die van de begeleidende muziek en het toneelontwerp (dekors en kostuums).

Kenmerkend is de 'nieuwe' bewegingsstijl die Fokine (in overeenstemming met zijn eerste principe) hierbij creëerde:
- de danseres danst met benen en voeten 'en-dedans' (binnenwaarts), in plaats van 'en-dehors' zoals de akademische techniek voorschrijft,
- terwijl ze bovendien niet de traditionele ports de bras (arm- en handbewegingen) uitvoert maar haar armen als vleugels uitslaat of opvouwt.
- Zeer gedurfd was voorts het ontbreken van de danstechnische stunts, waarmee gewoonlijk in solo's het publiek destijds werd ingepalmd.

Les Ballets Russes
1909 - Eerste seizoen van Serge Diaghilevs Ballets Russes, Parijs.
Tijdens de volgende twee seizoenen worden Petroesjka en De Vuurvogel enorme successen.

Langdurig en vruchtbaar is het samengaan van de kunsten geweest bij de Russische Balletten. Leider en inspirator, meer dan twintig jaar lang, was Serge Diaghilev, zelf amateur op elk gebied, maar met een fijne neus voor wat nieuw, modern en (vaak) modieus was. Verbaas me! was steeds weer opnieuw zijn opdracht aan de schilders, de schrijvers en de componisten die met hem samenwerkten. En de beeldend kunstenaar was voor hem onbetwist de belangrijkste.

Eerst zijn dat Russen: Bakst, Gontscharova en Larinov Zij schudden een ware kleurenbus over het toneel uit, bij Bakst nog enigszins in toom gehouden door zijn behoefte aan realisme. De beide anderen, geinspireerd door de Russische folklore gebruikten naast de primaire kleuren: rood, blauw en geel, groen en oranje. De kleuren schieten de lijst uit. De gekostumeerde danser wordt vaak een bewegend deel van het dekor. Balletmeester Fokine moet totaal andere bewegingen ontwerpen om in 'stijl' te blijven maar ook: om nog op te vallen.

1910 - Leon Bakst ontwerpt Schèhèrezade voor Diaghilev, Parijs.
1911 - Alexandre Benois ontwerpt Petroesjka voor Diaghilev, Parijs.

De Ballets Russes voerde geen lange, avondvullende balletten op, maar programmeerde afwisselende programma's met korte balletten. De dansers waren zeer goed getraind (aan tsaristische opleidingen) en technisch beter dan de West-Europese dansers. De balletten waren op oriëntaalse vertellingen gebaseerd en zagen er sprookjesachtig uit met fel gekleurde kostuums en weelderige, exotisch ogende decors. Verder was nog vernieuwend: de terugkeer van de mannelijke sterdanser, die in het romantische ballet bijna geheel verdwenen was of een zeer ondergeschikte rol had.

Voor de Russische Revolutie werkte de Ballets Russes voornamelijk met Russische kunstenaars en componisten. Voorbeeld: Petrouska. Daarna werkten veel Franse kunstenaars mee. De thema's van de balletten waren voor de Russische Revolutie op Russische en oriëintaalse en exotische verhalen gebaseerd. Daarna drukten avant-gardistische kunstenaars ook een stempel op de onderwerpen.

Het ballet l'Après-midi d'un faune op muziek van Debussy (Prélude à l'après-midi d'un faune) vormde een keerpunt in de ontwikkeling van de Ballets Russes. De prikkelende sensualiteit van Nijinsky's balletten veroorzaakte beroering bij de Parijzenaren.
Taisez-vous, les garces du seizième! (Vertaling: Koppen dicht, Goudkust-hoeren!)

Modern Ballet

1913 - Eerste voorstelling van Vaslav Nijinski's Le Sacre du Printemps in Parijs, op muziek van Igor Stravinsky.
Voor de compositie 'le Sacre du Printemps' van Igor Stravinsky maakt de danser en choreograaf Niijnsky in 1913 een moderne en revolutionaire choreografie. In plaats van het suggereren van gewichtloosheid, wordt in het Sacre-ballet juist de zwaartekracht bevestigd. Dansers stampen en springen blootsvoets op het toneel. Het publiek reageert geschokt op zoveel primitieve kracht en verlangt terug naar de romantische sfeer van het klassieke ballet. In het theater breekt een rel uit.

1914-1918 - Eerste Wereldoorlog.

1916 - De Ballets Russes treedt op in New York.

1917 - Russische revolutie - Jean Cocteau ontwerpt voor Diaghilev een dadaistisch ballet, Parade, op muziek van Erik Satie (met o.a. een scheepstoeter en een typemachine). Choreografie van Lèonide Massine.
Picasso en Braque hadden vernieuwingen in hun schilderkunst tot stand gebracht die ‘kubisme’ werden genoemd. Een van de kunsten waar vervolgens het kubisme verder in door drong was het theater. In ‘Parade’, het eerste echte moderne ballet, gebeurde dat. Eerst in Parijs, daarna in Rusland. Frankrijk en Rusland konden het artistiek goed met elkaar vinden.

Rond 1917 is het aandeel van de beeldende kunstenaar in het ballet zo belangrijk geworden dat men gaat spreken van 'een theater van de schilders'. Het is het jaar van 'Parade' een ballet van Satie, Cocteau, Masinne en de kubistische Picasso. Het is het jaar van Strawinsky's 'Feu d'artifice', waarin 'de dans' wordt uitgevoerd door licht en kleurige kubusachtige objekten, onder leiding van schilder-futurist Balla.

Relache Vuurwerk

1919 - Nijinski's laatste voorstelling.

In een later ballet 'Mercure', laat Picasso het achterdoek en de bewegende elementen in elkaar overgaan. De eenheid van stijl is hersteld, het is mooier maar uit experimenteel oogpunt, voor het theater ook minder interessant geworden. Na Picasso heeft een groot aantal schilders met Diaghilev gewerkt: Derain, Braque, Matisse, Rouault, Dufy, Miro, Max Ernst e.a. De probleemstelling van Parade is echter niet in Parijs, maar in het Bauhaustheater tot een uiterste grens gebracht.

'Le Chant du Rossignol' Premiere: Paris, February 2, 1920
Ballet 'Le Chant du Rossignol' (de Zang van de Nachtegaal) van componist Stravinsky, balletmeester Balanchine en schilder Matisse uit 1920, naar het Chinese sprookje van Hans Christiaan Andersen.

Rond 1920 werkten balletmeester George Balanchine voor het eerst samen met componist Igor Strawinski bij het creëren van het ballet 'De Zang van de Nachtegaal'. Ze werden daarbij gesteund door de Ballets Russes van Serge Diaghilev, terwijl de schilder Henri Matisse de kostuums en decors ontwierp. Dit was het begin van een samenwerking die zou leiden tot 32 Balanchine-Strawinski balletten.

Pulcinella

Het ballet La Creation du Monde (1923)
Dans is een geliefd thema voor avant-garde componisten die de dans als een individuele kunstvorm beschouwen die niet wordt gehinderd door de ballast van het verleden. Belangrijker nog: ze biedt ruimte voor experiment.

Met het ballet La Creation du Monde hebben de schilder Fernand Leger en componist Darius Milhaud de primeur van het eerste ballet nègre ter wereld. Milhaud laat zich - net als veel andere componisten - bij de muziek inspireren door jazz die hij bij zijn bezoek aan New York heeft gehoord. Darius Milhaud heeft in 'La Creation du Monde' ook een rumba in de kunstmuziek toegepast. Een rumba is een dans van Afrikaans-Cubaanse herkomst. Na 1914 werd de rumba ook bekend onder de niet Afro-Cubanen. Vooral in Amerika werd het een populaire dans.

Het ballet werd opgevoerd door de Ballets Suedois. Milhauds schepping van de wereld speelde zich af in een Afrika, dat ontworpen was door de schilder Leger, die de dansers transformeerde tot vogels, huppelende apen en reptielen met scharende bekken. Boven een okeren aarde stonden de drie godheden, die tot taak hadden, de soort te fabriceren. Op het einde van de dans, op het laatste nippertje, worden tenslotte een man en een vrouw gemaakt. Maar de aarde is niet, zoals in het bijbelse scheppingsverhaal, een soort park, dat hun bezit is. In Afrika heeft de mens zich niet van de natuur vervreemd en de heerschappij opgeeist. Dat was de waarschuwende boodschap. In plaats van los proberen te komen, zoals in het romantische ballet, probeert de danser in het moderne, primitieve ballet, met de voeten op de grond te blijven. Niinsky kwam na de repetities van 'Le sacre du Printemps'(1913) met bloedende voeten het podium af!

1928 - In Engeland krijgen vrouwen van 21 jaar en ouder kiesrecht.

1929 - Dood van Diaghilev in Venetië, Italië.

1931 - Ninette de Valois wordt directeur van het Vic-Wells Ballet, Londen.

1934 - Balanchine en Kirstein openen de School of American Ballet.

Josephine Baker en Isadora Duncan

1939-1945 Tweede Wereldoorlog.

1939 - Ballet Theatre wordt opgericht. Eerste voorstelling van Ballet Rambert, opgericht door Marie Rambert, Engeland.

1940 - Eerste voorstelling van Leonid Lavronsky's Romeo en Julia, Leningrad.

1944 - Eerste voorstelling van Fancy Free van Jerome Robbins, door het Ballet Theatre, VS.

1945 - Balanchine maakt de choreografie van een circuspolka voor olifanten, op muziek van Stravinsky. Oprichting van de Verenigde Naties, New York.

1946 - Het Sadler's Wells Ballet verhuist naar Covent Garden, Londen.

1948 - Eerste voorstelling van Frederick Ashtons Cinderella, Londen.

1950 - Alicia Markova en Anton Dolin vormen het Festival Ballet, Londen.

1956 - Het Sadler's Wells Ballet wordt het Royal Ballet.

1957 - Ontstaan Europese Gemeenschap met het Verdrag van Rome.

1959 - Vorming van het Nederlands Danstheater, eerste voorstelling in Oostende is een doorslaand succes. Standplaats wordt Den Haag.

Ballet van de XXste Eeuw
Maurice Béjart was (en is) een fenomeen in de danswereld. Hij bracht de moderne-klassieke dans naar het grote publiek. Zijn Ballet van de XXste Eeuw, opgericht in 1959 had alles om de jeugd te bekoren : moderne en sensuele bewegingen, moderne muziek, mannen op de scène (soms meer mannen dan vrouwen, een revolutie in die tijd), een minimale hiërarchie binnen de groep, een samenkomen van soms wel 25 nationaliteiten op de scène bij de uitvoering van de IXde Symfonie bijvoorbeeld.
Maurice Bejart

1960 - John Cranko word directeur van het Stuttgart Ballet. Oprichting van het Robert Joffrey Ballet in de VS.

1961 - Oprichting van Het Nationale Ballet, met Sonia Gaskell als artistiek leidster, Amsterdam.

1962 - Noerejev komt bij The Royal Ballet.

1964 - In de VS wordt de Civil Rights Law aangenomen. Martin Luther King ontvangt de Nobelprijs voor de vrede.

1969 - Oprichting van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen op initiatief van Jeanne Brabants.

1971 - Het Dance Theatre of Harlem debuteert in New York als professioneel gezelschap.

1974 - Michail Barisjnikov, van het Kirov Ballet, loopt over naar het westen en sluit zich aan bij het American Ballet Theatre. Eerste voorstelling van Kenneth MacMillans Elite Syncopations, Londen.

1983 - Noerejev wordt directeur van het Ballet de l'Opèra de Paris.

1991 - Dood van Fonteyn.

1993 - Dood van Noerejev.

Andrew Lloyd Webber
Massacultuur en Dans

Modern-dance
Modern-dance wordt de verzamelnaam voor nieuwe danstechnieken, waarin meer bewegingsmogelijkheden ontstaan voor individualiteit en expressie. Martha Graham is een danseres en choreografe, die een belangrijke impuls gaf aan deze ontwikkeling met haar 'contraction and release' techniek, gebaseerd op het uitbeelden van spanning en ontspanning.
Modern Dance ofwel Modern Ballet is een dansvorm die is ontstaan uit het Klassiek Ballet. De strakke vormen en technieken van het Klassiek Ballet worden losgelaten en er ontstaan vloeiende bewegingen. De dramatische beleving van de dans staat centraal in Modern Dance.

Minimal Dance
Rosas danst Rosas

fusion

Ballet: 'Stamping ground'
In het Westerse ballet is zelden sprake van een fusion vorm. Wel worden in verschillende romantisch-klassieke balletten (zoals 'Het Zwanenmeer' en 'De Notenkraker') kenmerken van dansen van andere culturen geïmiteerd of aangeduid. Dit noemt men dan 'caractère dans', ook wel 'demi-caractère'.

Het ballet 'Stamping ground' van de Tsjechische choreograaf Jiri Kylian, artistiek leider van het Nederlands Dans Theater is een heel bijzondere uitzondering op die regel.
zie meer

Urban Dance

zie ook bron: academisch ballet

privacybeleid