kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Astor Piazzolla

Piazzola Yo Yo Ma Libertango

Astor Pantaleón Piazzolla geboren Mar del Plata, Argentinië 11-3-1921, gestorven Buenos Aires 4-7-1992
Argentijns tangomuzikant, bandoneonist, pianist, orkestleider en componist

Van 1924 tot 1937 woonde hij met zijn ouders in New York. Op zijn achtste jaar begon hij met het spelen van de bandoneon, een aantal jaren later gevolgd door pianoles bij de Hongaarse pianist Bela Wilda, leerling van Rachmaninov.

Piazzolla keerde in 1936 terug naar Mar del Plata, waar hij in lokale groepjes ging spelen en zelfs één ging leiden die was gevormd naar Vardaro´s Sextet stijl, welke sinds 1933 een gedurfde verbetering in stijl had gepoogd, maar die werd genegeerd door platenmaatschappijen. De leider hiervan, de violist Elvino Vardaro, zou jaren later met Piazzolla spelen.

In 1938 ging hij naar Buenos Aires, waar hij na enkele korte engagementen bij verschillende tango-orkesten, werd ingelijfd in het orkest van de bandoneonist Aníbal Troilo, dat was opgericht in 1937 en een hoofdrol speelde in de Tango boom in de daaropvolgende 20 jaar. Behalve dat hij bandoneon speelde, was hij ook arrangeur en gelegenheidspianist, als haastige vervanger voor Orlando Gogni, een muzikant die net zo briljant als onverantwoordelijk is.

Troilo gaf ook les aan Piazzolla, maar verstikte hem ook door hem binnen de grenzen van zijn stijl te houden. Hij ging in 1943 piano studeren bijRaul Spivak. In 1944 verliet Piazolla Troilo en ging het begeleidingsorkest leiden voor de zanger Francisco Fiorentino. Deze samenwerking leverde 24 opnamen op, waaronder de tango's Nos encontramos al pasar, Viejo ciego en Volvió una noche. Hij nam ook zijn eerste twee instrumentale nummers op, de tango's La chiflada en Color de rosa.

In 1946 lanceerde Piazolla zijn eigen orkest, nog steeds gehinderd door de traditionele standaarden van het genre. Vanaf het begin kon hij zich meten met de andere orkesten van Horacio Salgán, Francini-Pontier, Osvaldo Pugliese, Alfredo Gobbi en zelfs Troilo. Van zijn zangers was Aldo Campoamor opvallend. Hij nam tot 1948 30 nummers op, waaronder Taconeando, Inspiración, Tierra querida, La rayuela en El recodo.
De opnamen Pigmalión en Villeguita zijn al een aankondiging van de briljante componist.

In de vroege jaren vijftig begon Piazolla te twijfelen tussen de bandoneon en de piano en dacht eraan om zich te gaan wijden aan klassieke muziek, waaraan hij als componist had gewerkt en hij nam les in orkestdirectie bij Herman Scherchen.
In 1953 won Piazzolla de Fabien Sevitzky wedstrijd met zijn compositie Buenos Aires (1951). Eén van de prijzen was een studiebeurs om in Parijs te gaan studeren, waar hij in 1954 lessen ging volgen bij Nadia Boulanger.

Terug in Argentinië ging hij partituren componeren voor strijkorkest en bandoneon, waarmee hij een nieuwe soort eigen tango's introduceerde, waaronder Tres minutos con la realidad, Tango del ángel and Melancólico Buenos Aires. Ook richtte hij het Octeto Buenos Aires op, een verzameling van spelers van het hoogste nivo met wie hij alles omverwierp wat tot dan toe in de tango bekend was. De groep nam alleen twee LP's op, bovenal gewijd aan de reïnterpretatie van grote traditionele tango's zoals El Marne, Los mareados, Mi refugio of Arrabal.

In 1958 vestigde hij zich in New York, waar hij onder moeilijke omstandigheden leefde. Uit die periode stamt zijn jazz-tango experiment, wat hij zelf bekritiseerde vanwege de commerciële concessie die het impliceerde.

Terug in Argentinië in 1960 richtte hij opnieuw een belangrijke groep op, de Quinteto Nuevo Tango (bandoneon, piano, viool, electrische gitaar en contrabas), wat warm onthaald werd in bepaalde publiekskringen, waaronder het universiteits publiek.

In 1963 keerde hij terug tot een beknopte Nuevo Octeto, die niet de standaard bereikte van het vorige octet, maar het instrument vormde voor de introductie van nieuwe timbres (fluit, percussie, stem).

In 1965 maakte hij twee van zijn belangrijkste opnames, Piazzolla at the Philarmonic Hall New York en El Tango, gemaakt ter ere van zijn vriendschap met Jorge Luis Borges. Dat jaar introduceerde hij Verano porteño, de eerste van zeer belangrijke tango's die vorm zouden geven aan de Cuatro Estaciones(vier seizoenen)

Later ging hij samenwerken met de dichter Horacio Ferrer, waarmee hij de opera María de Buenos Aires creëerde, evenals een opeenvolging van tango's.

In 1969 lanceerde hij Balada para un loco en Chiquilín de Bachín, die Piazzolla plotseling enorm succes brachten, waar hij niet aan gewend was. Dat jaar maakte hij die opnames met de zangeres Amelita Baltar en de zanger Roberto Goyeneche.

In 1972, na de opname van de LP Concierto para quinteto het jaar daarvoor, stelde hij the Conjunto 9 samen, waarmee hij Música contemporánea de la ciudad de Buenos Aires (Hedendaagse Muziek van de sat Buenos Aires). De albums die ze opnamen waren oa Tristezas de un Doble A, Vardarito en Onda nueve.

Nadat hij Argentinië weer verlaten had begon hij op de podia in Italië te werken, waar hij onder andere de nummers introduceerde Balada para mi muerte, met de zangeres Milva, Libertango en het ontroerende Suite troileana, gecomponeerd in 1975, geschockeerd door de dood van Troilo.

Drie jaar later componeerde en maakte hij een opname met een orkest een serie stukken met een toespeling op het World Soccer Championship, dat toen in Argentinië gehouden werd, tijdens de bloeddorstige dictatuur gevestigd in 1976, die dit toernooi politiek stuurde. Het was een betreurenswaardige faux pas van Piazzolla.

In 1979, weer met zijn quintet, introduceerde hij onder meer Escualo. In die jaren en de jaren daarna ging hij samenwerken met artiesten van verschillende origine zoals George Moustaki (voor wie hij de mooie nummers Hacer esta canción en La memoria schreef), Gerry Mulligan en Gary Burton. Verder onder meer een optreden met het quintet in 1987 in New York's Central Park.

Piazolla's laatste bezetting was een sextet, dat een tweede bandoneon toevoegde en de viool verving door de cello.
Behalve concerto stukken en partituren voor zo'n 40 films, componeerde Astor Piazzolla een groot aantal korte stukken (zowel tango's als andersoortige werken) achterwege gelaten in dit korte overzicht. Waaronder Juan Sebastián Arolas, Contrabajeando (geschreven met Troilo) Tanguísim, La calle 92, Oblivion, Años de soledad, Los pájaros perdidos, Lunfardo, Bailongo, Vuelvo al Sur en de serie La camorra.

Geïnspireerd door componisten als Bach, Bartok, Ravel, Debussy, Strawinsky en door de jazz, krijgt de Argentijnse tango door Piazzolla een geheel nieuw muzikaal jasje. Dit wordt hem door de traditionele tangoliefhebbers in Argentinië niet in dank afgenomen. De nieuwe muziek met zijn tegendraadse ritmiek, hamerende staccato's en tempowisselingen strookt niet met de vaak gepolijste en commercieel aantrekkelijke traditionele tango, zoals die op dat moment in Argentinië in de mode is.

Piazzolla zelf geeft zijn muziek een naam: de 'Tango Nuovo', de nieuwe tango. Hij heeft altijd zijn muziek meer beschouwd als luistermuziek dan als dansmuziek.
Uiteindelijk werd zijn muziek als de meest authentieke muziek van Argentinië erkent.

Bron: oa www.todotango.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 184.