kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Arthur+Honegger

Arthur Honegger

(Le Havre, 10 mrt. 1892 - Parijs, 27 nov. 1955), Zwitsers componist.

In Le Havre op 10 maart 1892 uit een Duits-Zwitsers protestants echtpaar geboren, groeit Arthur Oscar Honegger op in Frankrijk als Fransman. Zijn vader was importeur van koffie.

Aanvankelijk componeert hij als een intuïtief autodidact, maar al op jonge leeftijd werd hij in 1909 door zijn vader naar het Zwitsers conservatorium in Zürich gestuurd. Daar studeerde hij muziektheorie bij Lothar Kempter, viool bij Willem de Boer en viool, dirigeren en harmonie bij Friedrich Hegan. Deze herkende onmiddellijk het grote talent in zijn jonge leerling.

In 1913 vestigde hij zich in Parijs en zette zijn studie voort aan het conservatorium aldaar; hij kreeg hier les van Lucien Capet (viool), André Gédalge (muziektheorie, contrapunt), Charles Marie Widor (compositie) en Vincent d' Indy (orkestleiding), en sloot er vriendschap met Darius Milhaud.

Honegger ontwikkelde een brede belangstelling, niet alleen op muzikaal gebied (hij had grote bewondering voor Mozart en Bach), maar ook op het gebied van toneel en literatuur, en sport (rugby en voetbal).

Tussendoor is hij soldaat voor Zwitserland tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar keerde in 1916 naar Parijs terug.

'les Six'
De met Erik Satie bevriende musicus werd in 1916 lid van de vereniging Nouveaux Jeunes (Groupe des Six).
Op muzikaal gebied werd hij beïnvloed door 'les Six', een groep conservatoriumstudenten (onder wie Poulenc en Milhaud) die zich afzetten tegen de gangbare muziekstijlen als romantiek, impressionisme en bovenal de hegemonie van de Duitse muziekcultuur (Wagner, Strauss, Schönberg). De groep stond onder invloed van Satie, die door de leden van de groep zeer werd bewonderd.
Voor Honegger was het meer de onderlinge vriendschap dan de ideologie, die hem naar les Six trok. Zijn werk heeft niet de voor deze groep karakteristieke speelsheid en simpelheid. Honegger verzette zich niet tegen het romanticisme van Richard Wagner en Richard Strauss, zoals de andere groepsleden deden, en werd op latere leeftijd zelfs door deze componisten beïnvloed.
Les Six heeft maar enkele jaren bestaan; de groep viel uiteen en ieder ging zijn eigen muzikale weg.

Buiten deze groep had Honegger contact met kunstenaars als Paul Claudel, Jean Cocteau, Max Jacob, Pierre Louÿs, Pablo Picasso, Erik Satie en Paul Valéry, wier werk hem soms ook tot inspiratiebron diende.

In 1918 sloot hij zijn studie af en schreef hij het ballet Le dit des jeux du monde, dat beschouwd wordt als zijn eerste karakteristieke werk.

Op 28-jarige leeftijd werd hij wereldberoemd met zijn (aanvankelijk scenisch) oratorium Le Roi David (1920). Het eerherstel van het oratorium, in die tijd beschouwd als een enigszins versleten genre, is vooral aan hem te danken.

De componist, die in zijn vroegste werken nog sterk beïnvloed werd door Claude Debussy en Maurice Ravel, probeerde wel een eigen muzikale stijl te ontwikkelen, maar hij verzette zich beslist tegen een stilistisch purisme: "Mijn muziek is in geen enkel opzicht een 'musique pure'." Integendeel: Honegger, die J.S. Bach als zijn grootste leermeester beschouwde, verwerkte in zijn composities zowel stijlmiddelen van oudere meesters, zoals bijv. Johann Sebastian Bach, maar ook die van Max Reger, Gabriel Fauré of Igor Stravinsky, en hij werd bovendien geïnspireerd door het Gregoriaans, het protestantse kerklied, de jazz, polytonaliteit alsook door elektronische toonbronnen. Eenvoudige drieklanksharmoniek en complexe atonale structuren zijn bij hem gelijkgerechtigde middelen. Honeggers doel was "de beheersing, schifting en exploitatie van alle verworvenheden van voorafgegane experimenten".

Pacific 231
Honegger heeft allerlei muziek geschreven: symfonieën, oratoria, maar ook filmmuziek. De lust tot experimenteren van de Zwitser was groot; dit komt bijvoorbeeld op indrukwekkende wijze tot uitdrukking in het symfoniedeel "Pacific 231" uit het jaar 1923. Hier wordt de dynamiek van een op gang komende locomotief uitgebeeld.

Meer persoonlijk geëngageerd is de Derde Symfonie, bijgenaamd Liturgique, waarmee Honegger nu juist zijn afkeer van de moderne, gemechaniseerde wereld tot uitdrukking bracht.

In het interbellum was Honegger erg productief; hij schreef onder andere negen balletten en drie opera's. De opera Jeanne d'Arc au bûcher (1935) wordt gezien als een van zijn beste werken.

Zijn belangrijkste stijlprincipe is een strenge en duidelijke opbouw ("Muziek is geometrie van tijd") en een diepe innerlijkheid ("Muziek is religie"). Vooral zijn late werken, waarin hij zich richtte op de symfonische kunst, zijn sterk doordrongen van religieuze gevoelens.

Hij bleef steeds de Zwitserse nationaliteit behouden, ofschoon hij bijna altijd in Frankrijk gewoond heeft, en huwde met de Franse pianiste Andrée Vaurabourg, voor wie hij zijn Pianoconcertino (1925) componeerde, waarin jazz-invloeden te constateren zijn.

Zijn dubbele nationaliteit speelde een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. In hem kwamen protestantse degelijkheid samen met flair en het exuberantie van het Parijse leven in de twintiger jaren. Zijn muzikale stijl is polyfoon, vaak polytonaal en complex. Zijn voorbeeld was J.S. Bach. Hij was van mening dat de melodie de basis van een goed stuk muziek moest zijn en bouwde deze in een degelijke harmonische structuur in.

Honegger is altijd in contact gebleven met Zwitserland, maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en de Nazi's Frankrijk binnenvielen, kon hij Parijs niet verlaten. Hij zette zijn werk voort, maar er wordt verondersteld dat hij erg depressief raakte door de oorlog. Toch schreef hij tussen 1940 en zijn dood enkele symfonieën (nummer 2 tot en met 5), die nog vrij veel worden uitgevoerd.

Naast zijn constante werkzaamheden als componist ondernam de zelfstandige kunstenaar af en toe ook concertreizen in Europa en naar Amerika, waar hij als dirigent en pianobegeleider van eigen werken optrad.

In de laatste tien iaar van zijn leven was hij leraar compositie aan de École Normale de Musique, maar leerlingen van betekenis heeft hij niet gehad. Toch mag zijn invloed, ook op de jongere generatie, niet worden onderschat. Deze invloed oefende hij ook uit door de kritieken die hij in 1941–1945 publiceerde in Comoedia en die in 1949 onder de titel Incantation aux fossiles werden gebundeld. Al voelde de componist zich niet aangetrokken tot de avantgardisten, toch heeft hij altijd een open oor gehad voor de nieuwe verworvenheden in de muziek.

Als president van de "Internationale Confederatie van Schrijvers en Componisten" reisde hij de hele wereld rond. Hij maakte deel uit van de Academies van Kunsten in een hele reeks Europese landen. Als criticus en essayist heeft hij zich beziggehouden met vrijwel alle aspecten van het moderne muziekleven, waarbij vooral de sociale positie van de musicus en de bestrijding van de vedettencultus hem ter harte ging. Uit zijn laatste geschriften blijkt een groeiend pessimistische kijk op de toekomst van de muziek.

De ontwikkeling van Honegger als componist is zeer geleidelijk geweest en openbaart zich bijna uitsluitend in een voortdurende toename van technische beheersing.

Cantate de Noël
Zijn zwanenzang, de Cantate de Noël (1953), is door de virtuositeit waarmee hier kerstliederen uit verschillende landen in hun eigen taal worden ‘gecombineerd’, zonder hun individualiteit te verliezen, een fenomeen van contrapuntisch meesterschap.
Honegger werkte in 1940/41 met de Zwitserse toneelschrijver César von Arx plannen uit om een groots opgezet oratorium te schrijven over Christus vanaf z'n geboorte tot zijn dood. Het werk aan het tweedelige "Das Selzacher Passionsspiel" dat een dag zou duren werd stopgezet toen de geplande uitvoering in Zwitserland niet doorging.
Naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van het Basler Kammerorchester in 1953 vroeg dirigent Paul Sacher aan Honegger om een compositie als bijdrage aan het jubileum. De zwaar zieke componist greep daarop terug op het inleidende deel van zijn onvoltooide "Jeu de Passion" en werkte het om tot "Une cantate de noël". De première vond op 18 december 1953 in Bazel plaats.

Hij leefde al zeven jaar met een in New York opgelopen angina pectoris en sterft in Parijs op 27 november 1955 aan een beroerte. Hij werd begraven op het Cimetière Saint-Vincent in de Parijse wijk Montmartre.

In zijn ca 200 werken probeerde Honegger te vechten tegen het door hem gevreesde verval van de muziek: "Onze kunst verlaat ons... Hoe verder ik kom, des te meer besef ik dat deze (de muziek) zich losmaakt van haar doel: van de betovering, het wonder, van die plechtigheid, welke de artistieke openbaring omgeven moet."

Sinds 1971 wordt om de twee jaar de Arthur Honegger-Prijs toegekend, waarmee een enkel werk of het gehele oeuvre van een componist wordt onderscheiden. De prijs werd in het leven geroepen door de weduwe van de componist, Andrée Vaurabourg.

Voor het toneel schreef Arthur Honegger, die ook als muziekcriticus naam had gemaakt, o.a. drie opera's, operettes, balletten, pantomimes, toneelmatige oratoria alsook film- en radiomuziek. Voor de concertzaal ontstonden o.a. vijf symfonieën, twee suites en een notturno voor strijkorkest; verder soloconcerten, kamer- en pianomuziek, cantates, koorwerken alsook koor- en pianoliederen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 204.