kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Arne+Nordheim

Arne Nordheim

Arne Nordheim geboren Larvik 20 juni 1931
Noors componist

1949 aan het conservatorium van Oslo, waar hij orgel studeerde. Het horen van de uitvoering van de Tweede Symfonie van Gustav Mahler, betekende een omslag voor Nordheim en hij besloot componist te worden. Omdat de muziektheorielessen aan het conservatorium bestonden uit klassieke harmonie en contrapunt in de stijl van Palestrina en Bach, sloeg Nordheim deze lessen over en woonde de repetities van het Philharmonisch Orkest van Oslo bij.
Hier kon hij naar relatief moderne muziek luisteren en de klankkwaliteit van een live orkest bestuderen. Vanaf dat moment werd het orkest Norheim's belangrijkste expressiemedium. Hij verliet het conservatorium in 1952 zonder de compositieopleiding waarnaar hij op zoek was.

Samen met een groepje medestudenten deed hij aan zelfstudie. Zij probeerden de hedendaagse muziek te begrijpen, door het bestuderen van dure partituren en opnamen. Nordheim financierde zijn studies door aan de havens te werken als telegraafbezorger en als koordirigent.

Tijdens zijn studies bij de componist Vaghn Holmboe in Kopenhagen maakte hij kennis met de muziek van Béla Bartók. In 1955 in Parijs werd hij zich bewust van de electronische muziek, musique concrète, die was gebaseerd op opnamen van muziek en geluiden die electronisch gereproduceerd werden. In 1959 studeerde hij electronische muziek in Bilthoven, van 1967-1972 bezocht hij regelmatig de 'Studio Eksperymentalne' van de Poolse Radio, waar vele van zijn vroege electronische werken werden gerealiseerd, waaronder Pace, Solitaire en Lux et tenebrae (Poly-Poly)).

Nordheim werd een pionier op het gebied van de electronische muziek in Noorwegen na verdere studies in Warschau en Stockholm. De Nordic Music Days en het Young Nordic Music Festival, waren inspirerende plaatsen van samenkomst voor jonge Noordse componisten. Nordheim's ontmoeting met de Zweedse avant-garde en de Hongaarse componist Gyö rgi Ligeti, toentertijd een gastspreker in Stockholm, had een beslissende invloed op zijn ontwikeling.

Nordheim beleefde zijn doorbraak als componist in Noorwegen met de liedcyclus Aftonland (Avondland) in 1956 en na een aantal jaren had hij Canzona (1960) en Epitaffo (1963) gecomponeerd, werken waarmee hij internationale erkenning verwierf.

In de zestiger jaren werd Noorwegen overspoeld door avant-garde muziek. Ze waren nog steeds niet up to date met de internationale muziektrends, na de isolatie van de oorlogsjaren. Veel belangrijke werken van Bartók en Stravinsky, waren nog steeds niet uitgevoerd in Noorse concertzalen en Arnold Schönbergs twaalftoonsmuziek en de Tweede Weense School waren vrijwel onbekend.

Dientengevolge is het niet moeilijk je voor te stellen hoe onvoorbereid zowel publiek als uitvoerders waren op de electronische muziek en andere radicale muziekgenres. Alles kwam tegelijk en de Noorse muziekgemeenschap was geschokt. De absurdistische muziektheaterstukken van de Koreaan Paik, veroorzaakten een schandaal en zorgden voor een nog grotere argwaan ten opzichte van de nieuwe muziek.

De congregatie aan de Trinity Kerk in Oslo nam de dramatische stap om de uitvoering van de orgelwerken van Györgi Ligeti en Mauricio Kagel te verbieden. Bij concerten in de Aula van de universiteit van Oslo, wat toentertijd de belangrijkste concertplaats van de Noorse hoofdstad was, weigerden de musici om te zingen of te kloppen op hun instrumenten. Veel uitvoerders stonden vijandig tegenover de nieuwe muziek. Ze zeiden dat ze de koude oorlog en de wereldproblemen niet in de concertzalen wilden brengen.

In deze jaren was Nordheim zeer actief in de componisten organisaties. In zijn positie als voorzitter van de Noorse Vereniging van Componisten en de Nieuwe Muziekorganisatie (ISCM), vocht hij hard voor de nieuwe muziek. Hij beïnvloedde eveneens de publieke opinie als muziekcriticus voor het dagblad "Dagbladet", waar hij met een stekelige en duidelijke pen, die leden van de Noorse muziekgemeenschap belachelijk maakte, die de middelmatige uitvoeringen van het standaard repertoire accepteerden en weigerden de waarde van de nieuwe muziek te erkennen.

Nordheim worstelde tegen de conservatieve pers en had geen problemen met de minachtende recensies van zijn eigen muziek. Echter, toen een recensent eens beweerde dat een opdrachtwerk van één van Nordheim's collega's een verspilling van belastinggeld was, ging hij persoonlijk naar het redactiekantoor en zorgde ervoor dat deze recensent nooit meer een mening over hedendaagse muziek mocht geven.

Ondanks dat de musici en het publiek luidruchtig waren in hun afkeer en wantrouwen van zijn muziek, ging hij toch door. Waarschijnlijk kreeg hij zijn zelfvertrouwen in het buitenland. Epitaffio en Eco werden eerst in Stockholm uitgevoerd, Greening was een opdracht van het Los Angeles Philharmonic Orchestra en zijn dirigent Zubin Mehta, Spur werd uitgevoerd in Baden-Baden, Ariadne in Nederland, het ballet The Tempest in Schwetzingen en Tenebrae in Washington.
Magma was een opdracht van het Concertgebouworkest en Tractatus zou in Toronto in première gaan. Behalve grote orkesten van wie Nordheim opdrachten kreeg en die zijn stukken uitvoerden, waren er ook verscheidene musici, waaronder Dorothy Dorow, Peter Pears en Mstislav Rostropovitch, die aandacht trokken met veel eerste uitvoeringen van zijn composities voor solo instrumenten. Met de hulp van deze wereldberoemde figuren kon Nordheim zijn hoofd geheven houden in de Noorse muziekgemeenschap en de omslag en doorbraak van zijn positie in Noorwegen kwam, toen zijn ballet The Tempest gepresenteerd werd in de Noorse Nationale Opera en Draumkvedet uitgevoerde werd in het Det Norske Teatret.

De omslag kwam in de vroege jaren van 1970, met zowel artistiek succes als officiële erkenning. Momenteel woont Arne Nordheim in Grotten, de ere-residentie van de Noorse regering, naast het koninklijk paleis.

Het muzikale oeuvre van Nordheim richt zich op thema's als eenzaamheid, dood, liefde en landschap (Aksnes). Deze thema's zijn al zichtbaar in zijn zangcyclus Aftonland (1959, naar gedichten van de Zweedse dichter Pär Lagerkvist), die hem nationale erkenning bracht. De Canzona per orchestra 1961 was zijn internationale doorbraak. Geïnspireerd door Giovanni Gabrieli's canzone, het werk is een vitrinekast van Nordheim's historische kennis, zowel als van zijn gebruik van ruimte als muziekparameter.
Nordheim's ruimtelijke interesses, gekoppeld aan zijn focus op de dood en menselijk lijden, zijn samengebracht in zijn bekendste werk Epitaffio per orchestra e nastro magnetico (1963). Geschreven ter herinnering aan de Noosre fluitist Alf Andersen, die dat jaar op zeer jonge leeftijd stierf, bevatte het werk het gedicht Ed è sùbito sera van Salvatore Quasimodo. Oorspronkelijk voor orkest en koor, besefte Nordheim dat zijn wens om de hele uitvoeringsruimte te laten "zingen", beter werd bereikt met het gebruik van electronische middelen.

latere werken waren onder meer The Tempest (1979), Magma (1988), het Viool Concerto (1996) en Fonos voor trombone en orkest (2004). In The Tempest, een ballet gebaseerd op het toneelstuk van Shakespeare, vermengd Nordheim weer electronische en orkestrale klanken, terwijl de focus meer ligt op vocale muziek (bijv de 'dubbele stem' van Caliban). Nordheim's voortdurende gebruik van historische elementen is te zien aan de inlijving van Leonardo da Vinci's muzikale rebus, die opgelost leest Amore sol la mi fa remirare, la sol mi fa sollecita.
Draumkvedet is een monumentaal podiumwerk voor orkest, kamerkoor, solisten en dansers en werd in 1994 40 keer uitgevoerd met het Broadcasting Corporation Radio Orchestra en Grex Vocalis.

Op 18 augustus 2006 werd Arne Nordheim de doctor honoris causa toegekend van de Noorse Academie voor Muziek.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 105.