kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Arcangelo Corelli

geb. Fusignano bij Ravenna, 17-2-1653 - Rome, 8-1-1713
Italiaans componist

Na eerst les te hebben gehad in zijn geboortestad, ging Corelli in 1666 naar Bologna waar hij studeerde bij G. Benvenuti (een van de hoofdfiguren van de Bologneser violistenschool) en L. Brugnoli. Al op 17-jarige leeftijd werd hij benoemd tot lid van de beroemde Academia filarmonica in Bologna.

Omstreeks 1671 verhuisde hij naar Rome waar hij zich verder bekwaamde in het vioolspel bij Simoncelli en kreeg vanaf 1675 een betrekking als violist in Rome.

In 1682 werd hij concertmeester van koningin Christina van Zweden, die zich na haar troonsafstand in Rome gevestigd had. Corelli heeft zijn opus I 12 sonate da chiesa à tre (1681) aan haar opgedragen. Daarna werkte hij nog bij de hertog van Modena en trad in 1690 in dienst van de kardinalen Panfili en Ottoboni (later Paus Alexander VIII).

In 1700 werd Corelli het feitelijke hoofd van de Academia di Santa Caecilia. Hij was in zijn laatste jaren een zeer geziene componist die door vele buitenlandse musici w.o. Händel werd bezocht. Hij kon een onbezorgd en comfortabel leven leiden door de gunst van zijn beschermheer kardinaal Ottoboni dit kwam o.a. tot uiting in zijn lidmaatschap van de exclusieve Academia degli Arcadi. In 1710 trok hij zich terug uit het openbare muziekleven en leefde stil in het door Ottoboni ter beschikking gestelde huis.

Corelli was een van de grootste meesters van de muzikale barok, een groot violist en stichter van een violistenschool met leerlingen w.o Locatelli , Geminiani en Somis en in tegnstelling tot de meeste van zijn tijdgenoten uitsluitend een instrumentaal componist. In zijn musiceren zowel als in zijn composities streeft hij naar een bezield en expressief musiceren en ging bewust de neiging tot virtuoze schittering tegen. Hij was niet, zoals men heeft beweerd, de eerste die concerti grossi heeft geschreven, maar heeft aan deze vorm een ideale 4-delige structuur en een rijke inhoud gegeven. Corelli's invloed reikt tot ver in de 18e eeuw, zelfs bij J.S. Bach zijn er sporen van te vinden.

Corelli's oeuvre is niet groot maar buitengewoon vervolmaakt, hij verbeterde zijn composities voortdurend voordat hij ze publiceerde.

Werken: 12 sonate da chiesa à tre opus 1 (1681); 11 sonates da camera à tre op. 2 en een chaconne (1685); Twaalf triosonates op. 3 (1689); 12 sonates da chiesa à tre op. 4 (1694); 12 solosonates voor viool en continuo op. 5 (w.o. La folia, die talloze bewerkingen heeft ondergaan, 1700); 12 concerti grossi op. 6 w.o. het Kerstconcert, postuum uitgegeven, (1714), maar gecomponeerd voor 1700, waarschijnlijk reeds in 1682.

Corelli's triosonates waren het hoogtepunt in de Italiaanse kamermuziek aan het eind van de zeventiende eeuw. Zijn solosonates en concerto's gaven de aanzet tot procedures die de volgende vijftig jaar en ook daarna werden toegepast. Hij was een uitzondering onder de Italiaanse componisten van zijn tijd in dit opzicht dat hij naar het schijnt helemaal geen vocale muziek componeerde. Hij droeg de nationale aanleg voor zang over op de viool, het instrument dat de expressieve lyrische eigenschappen van de menselijke stem het dichtst benaderde. Alsof hij deze overeenkomst wilde erkennen legde Corelli de twee violen in zijn triosonates opzettelijk technische beperkingen op: nergens hoefde een speler verder te gaan dan de derde positie, de laagste noten op het instrument werden nauwelijks gebruikt en ook vermeed hij snelle loopjes en moeilijke dubbelgrepen. De twee violen werden exact gelijk behandeld en de melodielijnen kruisen elkaar in een voortdurende muzikale uitwisseling. Voorhoudingen, bij violen even effectief als bij stemmen, geven de muziek vaart.Een elementaire technische kunstgreep in alle muziek van Corelli is de sequens. Corelli's veelvuldige en systematische gebruik van dit constructiemiddel draagt bij tot de duidelijke tonale organisatie, praktisch vrij van elk spoor van modaliteit, die de moderne luisteraar imponeert. De sequens is, ongeacht of zij diatonisch binnen één toonsoort wordt doorgevoerd of binnen de kwintencirkel naar beneden moduleert, een van de meest krachtige middelen om de tonaliteit te definiëren. Corelli's modulaties binnen een deel- meestal naar de dominant of (in mineurtoonsoorten) naar de parallelle majeur - zijn altijd logisch en ondubbelzinnig. Hij was de grondlegger van de principes van de tonale architectuur die door Händel, Vivaldi, Bach en andere componisten van de volgende generatie verder worden uitgewerkt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 276.