kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Anton Rubinstein

Anton Rubinstein, geschilderd door Ilya Repin, 1887

Russisch pianist, dirigent en componist, geboren Wychwatinez, Podolië, 28 november 1829, Peterhof, bij St.- Petersburg, 20 november 1894

Anton Rubinstein was een van de allergrootste pianisten van de 19e eeuw, die door velen met Liszt gelijkgesteld werd en door sommigen zelfs hoger werd geschat. Hij had een duidelijk effect op de ontwikkeling van de muziek in Rusland, door de stichting van het eerste professionele muziekopleidings instituut, een conservatorium in St. Petersburg in 1862. Zijn jongere broer Nicolai zette hetzelfde systeem op in Moskou. De conservatoria werden niet op prijs gesteld door de nationalistische componisten, die ze als een Duitse indringing beschouwden.

Als componist was hij vruchtbaar en schreef, zoals zijn broer zei, genoeg muziek voor hen beiden.
Rubinstein schreef 17 opera's, die geen repertoire hebben gehouden, alleen passages uit de fantastische opera The Demon en de opera Feramors zijn af en toe te horen in concert uittreksels.
Zijn orkestmuziek bevat zes symfonieën, waarvan de tweede Ocean de bekendste is. Hij schreef vijf pianoconcerten en andere werken voor piano en orkest en concerten voor viool en cello. Zijn kamermuziek bevat een aantal strijkkwartetten, drie vioolsonates en twee cellosonates, naast andere kamermuziekwerken, geen van alle vaak gehoord, behalve miscchien de sonata voor viola en piano.
Als pianovirtuoos schreef hij een grote hoeveelheid werk voor dit instrument en van alle sonates, serenades en andere stukken blijft de Melodie in F zeer populair.

biografie
Anton Gregorjewitsj Rubinstein was eerst pianoleerling van zijn moeder en vanaf 1837 kreeg hij vanwege zijn grote talent kostenloos onderricht van Alexander Villoing.
Op zijn negende jaar op 11 juli 1939 trad Anton Rubinstein voor het eerst in het openbaar op in Moskou met werken van Hummel, Henselt, Thalberg en Liszt. Slechts een jaar later ondernam hij onder begeleiding van zijn leraar Villoing zijn eerste buitenlandtournee naar Parijs, waar hij Franz Liszt leerde kennen.
Aangemoedigd door zijn succes in Parijs zette Rubinstein zijn concertreis voort tot 1843, waarbij hij optrad in Engeland, Nederland, Zwitserland en Duitsland. In Breslau trad hij met zijn eerste pianocompositie op Undine.

Tussen 1844 en 1846 leefde Rubinstein met zijn moeder, zijn jongere broer Nikolai, zijn zuster Luba en Villoing in Berlijn. Hier onmoette hij Felix Mendelssohn en Giacomo Meyerbeer. Mendelssohn had Rubinstein horen spelen tijdens zijn tournee met Villoing en zei dat deze geen verdere piano studie nodig had, maar stuurde Nikolai naar Theodor Kullak voor piano instructie. Meyerbeer stuurde beide broers naar Siegfried Dehn voor compositie en theorie.

Hier raakte Anton Rubinstein voorgoed onder de invloed van de Duitse Romantiek in de geest van Schumann en was een tegenstander van de Nationale Russische School.

In de zomer van 1846 bleek Rubinsteins vader zwaar ziek en keerden zijn moeder, zuster en broer terug naar Rusland waarbij zij Anton achterlieten in Berlijn. Hij vervolgde zijn studie bij Dehn en vervolgens bij Adolf Bernhard Marx, terwijl hij componeerde. Omdat hij inmiddels 17 jaar was kon hij niet langer doorgaan voor wonderkind.

Melodie in F

Arthur Rubinstein speelt Anton Rubinstein's Valse Caprice

Rubinstein door Ilya Repin

Rubinstein vertrok naar Wenen in de hoop dat Liszt hem wilde aannemen als leerling. Deze weigerde echter en vanaf dat moment leefde Rubinstein in grote armoede en vond ook geen andere begunstiger. Hij ging pianolessen geven, componeerde, schreef literaire, filosofische en kritische essays. Na een jaar in Wenen gaf hij een concert, dat niet goed ging. Hij had door al zijn nevenactiviteiten te weinig tijd besteed aan pianotraining.
Samen met de fluitist Edward Heindl en de violist Miska Hauser ging hij op tournee door Hongarije en keerde daarna terug naar Berlijn om weer les te geven.

De Revolutie van 1848 dwong Anton Rubinstein om terug te keren naar Rusland en hij vestigde zich in St. Petersburg. De daaropvolgende vijf jaar bracht hij voornamelijk door in St. Petersburg en hij gaf les, gaf concerten en trad regelmatig op aan het keizerlijk hof. Rubinstein werd hofpianist bij de grootvorstin Elena Pavlovna, de zuster van tsaar Nicolaas I en zij werd zijn meest toegewijde patrones. Tegen 1852 was Rubinstein een leidende figuur geworden in het muziekleven van St. Petersburg, optredend als solist en samenwerkend met andere uitstekende instrumentalisten en vocalisten die naar de stad kwamen.

In 1854 begon Rubinstein aan een vierjarig tournee door Europa en vestigde al snel opnieuw zijn reputatie als virtuoos. Ignaz Moscheles schreef in 1855, wat een wijdverbreide mening zou worden over Rubinstein: "In kracht en uitvoering is hij inferieur aan niemand". Hij onderbrak deze tournee 1 keer in de winter van 1856-57 om tijd door te brengen met Elena Pavlovna en de keizerlijke familie in Nice.

In 1859 stichtte Elena Pavlovna samen met Rubinstein het Russische Muziekgezelschap (Russkoe muzykal'noe obšèestvo, RMO) om het niveau va de muziekeducatie te verhogen. In 1862 volgde de stichting van het conservatorium te St. Petersburg. Rubinstein was niet alleen de stichter, hij was ook de eerste directeur en trok veel talent aan voor zijn instelling.

Anton Rubinstein publiceerde Herinneringen uit 50 jaren (1892-95), Die Musik und ihre Meister (1892), Leidraad voor het gebruik van het pedaal (pas in 1896 gepubliceerd), Gedankenkorb (postuum), Meister des Klaviers (1899).

In 1900 werd er in het conservatorium te St. Petersburg een Rubinstein-museum geopend.

websites: www.naxos.com, en.wikipedia.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 77.