kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Anton Bruckner

Josef Anton Bruckner geb. Ansfelden, 4-9-1824 - gest. Wenen, 11-10-1896 Oostenrijks componist

Bruckner was de eerstgeborene van Anton Bruckner sr. geboren in 1791 getrouwd met Therese Helm,zijn vader was schoolmeester en zoals in kleine dorpsgemeenschappen gebruikelijk was tevens musicus.

Bruckner kreeg al vroeg viool en spinetles en zong op zijn 7e jaar al mee in het kerkkoor en mocht op zijn 10e jaar wel eens de organist vervangen.

Anton Bruckner Symph 6 - Munich Philharmonic - Celibidache - 3 Scherzo

Bruckners aangetrouwde neef Baptist Weiss, schoolmeester in Hörschung en een verdienstelijk musicus nam Bruckner in 1835 in zijn huis om Bruckners muzikale aanleg te ontwikkelen. Hier maakte hij de lagere school af en kreeg les in het orgel en generale bas-spel. Hij kwam in aanraking met werken van Haydn en Mozart en schreef zelf zijn eerste composities (een 'Pange Lingua' heeft hij in 1891 nog omgewerkt).

In 1836 kwam Bruckner terug naar Ansfeld om zijn vader te helpen, die ernstig ziek was geworden. Na de dood van zijn vader verhuisde zijn moeder naar het dorp Ebelsberg. Zij bracht Bruckner naar het 'Augustiner-Chorherrenstift' te St. Florian, voor zijn verdere muzikale opleiding bij de schoolleider Michael Bogner (generale bas), Max Gruber (viool) en de organist Anton Kattinger en ter voorbereiding op zijn onderwijzerssloopbaan.

Eerst begaf hij zich in 1840 naar Linz, om daar tot leraar te worden opgeleid. Na een succesvolle afsluiting van zijn studie vervulde Bruckner een functie als hulpleerkracht en kwam in 1845 terug naar St. Florian. Hier werd hij in 1850 organist van de stiftskerk, een ambt dat hij vijf jaar lang uitoefende. In deze tijd ontwikkelde hij zich in de compositieleer verder en oriënteerde zich daarbij op Marpurgs ‘Abhandlung von der Fuge’.

Eind 1855 koos de organist en improvisator definitief voor het beroep van musicus en werd organist van de domkerk te Linz. Daarnaast volgde hij muziekcolleges bij Simon Sechter en Otto Kitzler.

In de herfst van 1868 volgde de enthousiaste Wagner-aanhanger Sechter op en werd professor voor generale bas, contrapunt en orgel aan het Weense conservatorium. Door zijn grote verering voor Richard Wagner (Bruckner droeg aan hem zijn 3de symfonie op) en zijn lidmaatschap van de Wagner-vereniging in Wenen werd Bruckner het doelwit van de tegenstanders van Wagner en dus raakte hij verwikkeld in de strijd tussen de "Nieuwe Duitsers" (Liszt en Wagner) en de traditionalisten (Brahms).

Bruckners grote betekenis ligt zowel op het gebied van de symfonische kunst als op dat van de geestelijke muziek. Al zijn werken zijn doordrongen van een naïeve vroomheid en koraalachtige klanken.

Bruckner, die in 1891 in Wenen een eredoctoraat ontving, oriënteerde zich in zijn muziek zowel op de Duitse klassieken als op Palestrina en de oud-Venetiaanse meesters uit de 16de en 17de eeuw. De harmoniek en instrumentatie van zijn symfonieën zijn door Wagner beïnvloed, de melodiek meer door Schubert. Naast het gebruik van koraalthema's en thema's uit de Oostenrijkse volksmuziek en de pregnante drieklanken bij de koperblazers overtuigt hij binnen het orkest door de veelzijdige mengeling van klankkleuren en de wisseling van registers die aan het orgel doen denken.

Anton Bruckner schreef o.a. missen, een requiem, een magnificat, motetten, psalmen, hymnen, cantates, koorwerken, pianomuziek, orgelwerken, 9 genummerde symfonieën (waarvan er een onvoltooid bleef) en nog een symfonie (nr. genaamd) die door hem werd aangeduid als "ongeldig".


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 285.