kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Anthon van de Horst

Anthon van de(r) Horst

Anthonie van der Horst geboren Amsterdam 20-6-1899, gestorven Hilversum 7-3-1965
Nederlands organist, dirigent, pedagoog en componist

Anthon van der Horst kreeg eerst orgelles van zijn vader Hendrik van der Horst. Daarna studeerde hij aan het conservatorium van Amsterdam, compositie bij Bernard Zweers, maar was op dit gebied voornamelijk autodidact. Zijn piano- en orgelstudie aan het conservatorium bij J. De Pauw werd in 1917 beloond met een eindexamen cum laude voor orgel en in 1919 met de Prix d'excellence, met onderscheiding voor orgel.

Van der Horst was organist in de Grande Église Wallonne in Amsterdam, in de Engelse kerk in Amsterdam, bij de Nederlandse Protestantenbond in Hilversum en vanaf 1955 in de Grote Kerk in Naarden. Daarnaast was hij leraar aan de muziekschool in Bussum, medeoprichter van het Muzieklyceum te Amsterdam en in 1927 werd hij directeur van het Hilversums Muzieklyceum.

Sedert 1936 was van der Horst hoofdleraar voor orgel en directie aan het conservatorium van Amsterdam. Hij was gastdirigent van verschillende orkesten waaronder onder meer het Concertgebouworkest en het Radio Filharmonisch Orkest, evenals koordirigent van verschillende koren. Anthon van der Horst verwierf grote bekendheid als dirigent van de Nederlandse Bachvereniging, vooral met de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion in Naarden.

In 1948 verleende de universiteit van Groningen hem het eredoctoraat in theologie, op grond van zijn verdiensten voor de kerkmuziek. In 1950 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Hoewel van der Horst als organist en dirigent veel bekender was, nam hij ook als pedagoog en componist een belangrijke plaats in het Nederlandse muziekleven in. Zijn composities getuigen van een scherp intellect en een opmerkelijk gevoel voor opbouw en kleur. Hij schiep een heel eigen stijl in de werken die gebaseerd zijn op de door hem modus conjunctus genoemde achttonige toonladder, met afwisselend hele en halve tonen. Zijn Suite in modo conjuncto (1932) voor orgel is daarvan het zuiverste voorbeeld.

Werken: o.a. orgelwerken: Partita over de achtste Psalm; orkestmuziek: Symfonie (1939), Nocturne funèbre (1951), Concerto per organo romantico e ochestra (1952), Vioolconcert (Concerto spagnuolo) (1953), Trois études symphoniques (1954), Divertimento pittorale (1955); koorwerken (a cappela of met orkest, met enkele instrumenten of met orgel), Chorus (1932), Lux Divina, Te Deum (1945); liederen; kamermuziek


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 224.