kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Alfred Schnittke

Alfred Garrievich Schnittke geboren Engels, Saratova 24-11-1934, gestorven Hamburg 3-8-1998
Duits (sinds 1990) componist van Russische afkomst

Alfred Schnittke was een toonaangevende componist van de post-Sjostakovich generatie.

Zijn vader was van Duits Joodse afkomst uit de Baltische omgeving, zijn moeder een Volga Duitse met een katholieke achtergrond. Zijn gevoel dat zijn achtergrond hem afzonderde van de meerderheid in de USSR werd versterkt toen zijn vader, een journalist en vertaler, van 1945 tot 1948 in Wenen werd gestationeerd, en de jongen de Oostenrijks-Duitse culturele en muzikale tradities ontdekte. Zijn eerste taal was het Duits en hier in Wenen studeerde hij piano en beluisterde veel klassieke muziek.

In 1948 verhuisde het gezin naar Moskou, waar Schnittke piano studeerde en een diploma behaalde in koordirectie.
Van 1953 tot 1961 studeerde hij aan het conservatorium van Moskou, compositie en contrapunt bij Evgeny Golubev en instrumentatie bij Nikolai Rakov. Schnittke promoveerde in compositie in 1961 en werd in datzelfde jaar lid van de Unie van Componisten. Hij werd vooral aangemoedigd door Phillip Herschkowitz, een discipel van Webern, die in Moskou verbleef.

In 1962 werd hij leraar instrumentatie aan het conservatorium van Moskou, een functie die hij tot 1972 behield, en werd hij componist van filmmmuziek. Hiermee voorzag hij in zijn levensonderhoud. Uiteindelijk schreef hij de partituren voor meer dan 60 films.

Aangestoken door het vuur van het rebellerende modernisme dat in de jaren zestig in Moskou de overhand had, begaf Schnittke zich op een compositorische ontdekkingsreis. Zijn werken uit die tijd laten zien hoe hij de modernistische en avant garde fascinaties van die tijd omarmde. Hij werd sterk beïnvloed door uit het Westen overgewaaide compositietechnieken als serialisme en aleatoriek.

Uitzonderlijke werken uit deze periode zijn 2 violin sonatas (1964, 1968) en het Strijkkwartet No 1 en het Violin Concerto No.2, beide uit 1966.
De serieuze composities uit de zestiger jaren laten zien hoe hij zich verschillende idiomen van de moderne muziek meester maakt, door het creëeren van een kleurrijke en expressieve synthese in een werk als Quasi una sonata een sonata voor viool en piano.

Alfred Schnittke was de uitvinder van een nieuwe stijl het door hem genoemde polystilisme, een term om de werking met verschillende stijlen te beschrijven, het combineren van verschillende muzikale stijlen uit verschillende muzikale tijdvakken.
In 1972 voltooide hij de Symfonie No 1, een monumentaal en tragisch fresco van collage en stilering - vergeleken met Solzjenitsyn's de Goelag Archipel - waarvan de eerste uitvoering tot een conflict met de autoriteiten leidde. In de Symfonie No 1 word de symfonische gedachte uit de Sovjet Unie, vaak geparodieerd, vermengd met zeer extreme experimenten. Dit krachtige werk vestigde zijn naam als leider van de moderne muziek van de Sovjet Unie, van wie de autoriteiten een afkeer hadden en die door de anti-Sovjets 'underground' werd aanbeden.
Later componeerde hij het kwellend simpele Piano Quintet (1976), en het komisch sinistere Concerto Grosso No.1 (1977). Alle drie werken vestigden zijn naam over de hele wereld.

Vanaf de late zeventiger jaren werd hij diep religieus in zijn zienswijze.

In de tachtiger jaren neemt hij afstand van het polystilisme naar een meer geïntegreerde persoonlijke stijl, zoals te zien is in het Viola Concerto en het Cello Concerto No.1.

Strijkconcerten speelden een grote rol in het oeuvre van Schnittke, wat tot uiting kwam in zijn vriendschap met enkele toonaangevende vertolkers uit zijn tijd waaronder Gidon Kremer, Yuri Bashmet en Mstislav Rostropovich. Voor deze grootheden schreef hij 4 vioolconcerten, een altvioolconcert, 2 cello concerten, 6 concerti grossi en vele andere werken.

Symfonieën bleven belangrijk, tegen het einde van zijn leven had hij de schets voor de Negende Symfonie gecomponeerd, maar niet voltooid. Ook schreef hij veel kamermuziek.

In 1985 kreeg Schnittke een beroerte, die hem in slechte gezondheid achterliet voor de rest van zijn leven. Het hield hem echter niet tegen, ziekte schijnt een innerlijke stormvloed te hebben losgemaakt en in latere jaren werd hij bijzonder vruchtbaar, iedere nieuwe beroerte met een nieuwe vloed van muziek te beantwoorden.
En met ieder nieuw werk bewoog hij zich verder af van het meer speelse en satisrische modernisme van zijn vroegere werken naar een donkere en vaak moeilijke maar altijd persoonlijke wereld, waar geestelijke zaken en religieuze thema's overheersen.

Door de omwentelingen in de Russische maatschappij sinds 1985, die in het Westen een grote nieuwsgierigheid veroorzaakten naar de culturele producten die in de jaren daarvoor aan het zicht onttrokken waren geweest, kwam de muziek van Schnittke, samen met die van Denisov, Goebaidoelina, Oestvolskaja e.a., ook bij het grote publiek in de belangstelling te staan.

Vanaf 1989 spendeerden Schnittke en zijn vrouw meer tijd buiten de USSR met reizen en in 1990 de verhuizing naar Hamburg. In 1992 ging in Amsterdam zijn opera Leven met een idioot in première.
De laatste jaren van zijn leven werden gekenmerkt door een steeds grotere beroemdheid en een steeds verdere terugtrekking uit de wereld, te zien in stukken als de Symfonie No 6 en Strijkkwartet No 4.

Alfred Schnittke stierf, nadat hij nogmaals getroffen werd door een beroerte, op 3 augustus 1998 in Hamburg.

Bron: oa www.boosey.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 282.