kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Alessandro Scarlatti

Pietro Alessandro Gaspare Scarlatti geboren 2 mei 1660 in Palermo, gestorven 22 oktober 1725 in Napels
Italiaans componist

Alessandro Scarlatti, die vermoedelijk les kreeg van de componisten Giacomo Carissimi en Johann Joachim Quantz, was aanvankelijk werkzaam als kapelmeester in Rome. Vanaf 1684 oefende hij dat ambt aan het hof van Napels uit. Die functie hield Scarlatti aan tot 1702, waarna hij vertrok naar Florence, Santa Maria Maggiore en Rome; in 1708 keerde hij naar Napels terug, waar hij weer kapelmeester werd.

Alessandro Scarlatti, die in 1725 stierf, geldt als de belangrijkste meester van de Napolitaanse School. Hij schreef naast kerkmuziek, oratoria, orkestwerken en kamermuziek, orgel- en klavecimbelmuziek, meer dan 800 cantates en 114 toneelwerken.

A. Scarlatti - Concerto grosso n°2 en ut mineur (allegro)

Scarlatti drukte zijn stempel op de Napolitaanse operastijl, doordat hij hier de driedelige ouverture met de tempi snel - langzaam - snel invoerde en recitatief en aria van elkaar scheidde. Aanvankelijk was de basso continuo-aria zijn favoriete vorm, maar bij zijn latere werken ging zijn voorkeur uit naar de da capo-aria.

Op het gebied van de opera werd in het laatste decennium der 17de eeuw Venetië overvleugeld door Napels, waar Francesco Provenzale en Pier Andrea Ziani, die Venetië de rug had toegekeerd, de eerste opera's schreven.
Het stempel drukte evenwel Alessandro Scarlatti op de Napolitaanse operavorm. Deze hoogbegaafde en veelzijdige kunstenaar van onbegrijpelijke vruchtbaarheid legde in het muziekdrama de nadruk vooral op de zangkunst, die in zijn dagen in de kunst der castraten een niet meer geëvenaard hoogtepunt had bereikt. De dialoog, waarop toch het gehele drama berust, werd in secco recitatief, d.w.z. in een alleen met enige akkoorden begeleide reciterende stijl, voorgedragen, terwijl de lyrische reacties op het gebeuren in recitativi accompagnati, meer expressieve declama­torische ontboezemingen, begeleid en aangevuld door het orkest, en in aria's, afgeronde, melodieuze en virtuoze zangnummers, hun neerslag vonden.
De vorm van deze aria's was de da capo-vorm, waarbij na een contrasterend midden deel het hoofddeel onveranderd werd herhaald, met dien verstande dat van de zanger verwacht werd dat hij het geheel nieuw versierde.

In de vroege opera's van Scarlatti komen ook nog ensembles voor die op den duur hoe langer hoe zeldzamer worden, terwijl de plaatselijke volksmuziek haar bijdrage leverde in de veelvuldig toegepaste Siciliani, pastoraal getinte muziekstukken in gepunteerde 6/8- of 12/8-maat.

De navolgers van Scarlatti schematiseerden de vorm nog meer; het waren voortreffelijke musici, maar zonder uitge­sproken dramatische aanleg. Het ernstige operatype, de opera seria, werd onder hun handen een verstarde en fantasieloze vorm.
Dat deze Napolitaanse meesters - wij noemen van hen Francesco Feo, Leonardo Leo, Leonardo Vinci, Nicola Porpora ­op ongeëvenaarde wijze voor de zangstem wisten te schrijven, blijft hun grote verdienste.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 289.