kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Alan Hovhaness

Alan Hovhaness geboren Somerville (Massachusetts) 8-3-1911, gestorven Seattle 21-6-2000
Amerikaans componist en pianist

Alan Hovhaness (ook Hovaness) geboren als Alan Vaness Chakmakjian was een Amerikaanse componist van Armeens Schotse afkomst.

Men zegt dat Hovhaness al op zijn vierde jaar begon met componeren, zodra hij muziek kon lezen. Hij studeerde compositie bij Frederick Converse aan het conservatorium van New England en bij Bohuslav Martinu aan Tanglewood.

Ondanks een vroege interesse in Indiase muziek, neigen zijn werken van voor WO II naar een vermenging van Barok structuren en laat Romantische (in het bijzonder Sibeliaans) melodie. De vroege Exile symfonie (Symphony No. 1, 1939) en String Quartet No. 1 (Jupiter, 1936) - welke de originele versie van zijn Prelude and Quadruple Fugue bevat - zijn overgebleven voorbeelden van zijn vroege composities.

Terwijl Hovhaness van 1940-52 werkte als componist, organist en leraar in Boston, begon hij zijn benadering van compositie te heroverwegen. Gedeeltelijk vanwege kritiek op zijn werk door Copeland en anderen aan Tanglewood. De mystieke schilder Hermon DiGiovanno (naar wiens werk de Celestial Gate symfonie (Symphony No. 6; 1959) was geschreven) werd in deze tijd ook belangrijk. Verder moet vermeld worden dat veel van de muziek die Hovhaness in deze periode schreef werd geschreven met een specifiek studenten ensemble in gedachten. Net als veel van de Barok componisten die Hovhaness bewonderde, vond hij inspiratie in de techniek van schrijven voor de ter beschikking staande musici.

In een werk voor piano en strijkorkest Lousadzak (Dawn of Light; 1944) kwam voor het eerst zijn volgroeide stijl tot uiting; welke zijn quasi-aleatorische Senza Misura techniek introduceerde (vaak Spirit Murmur genoemd) bij een groter publiek. In deze techniek, worden individuele secties van het orkest geïnstrueerd voortdurend een cyclus van melodie te herhalen, zonder een temporele referentie aan andere leden van het ensemble. Deze techniek (één van de meest gebruikelijke componenten van de 'Hovhaness stijl') creëert overduidelijk een gevoel van ritmisch mysterie waaruit (in Lousadzak) de solo-piano langzaam oprijst; op andere momenten kondigt de techniek niet alleen het werk van minimalisten als Terry Riley en John Adams aan, maar ook de hele Ambient/New Age compositie school. (Hovhaness neemt later een CD op van zijn eigen pianomuziek Shalimar voor een New Age label.)

De componist Lou Harrison beweerde eens dat de New York première van Lousadzak, de gebeurtenis was waarbij hij ooit het dichtste bij één van die befaamde artistieke relen kwam. In de lobby, stonden de Chromaticisten en de Americanisten tegen elkaar te schreeuwen. Waar het natuurlijk door was gekomen, was het feit dat hier een man was uit Boston wiens muziek met beider kampen niets te maken had.

In deze periode hield Hovhaness zijn eerste van zijn legendarische vreugdevuren en vernietigde een groot aantal van zijn vroege werken. Deze handeling was duidelijk een weerspiegeling van de diepte van zijn stilistische heroverweging, het is ook waar dat de schaal en de vernietiging van deze vreugdevuren bij elke navertelling van deze vreugdevuren groeide, minstens één vermelding beweerd dat meer dan duizend werken werden vernietigd in dit vuur.
Hovhaness was ook in staat verondersteld vernietigde werken in latere composities te hergebruiken: de Allegretto Grazioso, het derde deel in zijn City of Light symfonie (Symphony No. 22; 1970), stamt oorspronkelijk uit een operette geschreven en uitgevoerd in de twintiger jaren.

Gedurende de daaropvolgende halve eeuw, richtte Hovhaness zich eerder op het verfijnen dan op het in de grond veranderen van zijn muzikale benadering. Dit betekent niet dat zijn muziek stylistisch statisch was (de nieuwe Grove heeft de muzikale carrière van Hovhaness in vijf verschillende perioden onderverdeeld).
Uitgebreide reizen door India en Azië werpen een duidelijke schaduw over veel van zijn muziek uit de vijftiger en zestiger jaren, het uitgesproken palet van de componist kleurend en niet verbergend (Korean Kayageum (Symphony No. 16; 1962), werd geschreven voor Koreaanse percussie en strijkers); terwijl de werken van zijn "retirement" (vanaf de vroege jaren zeventig) meer neigden naar de terugkeer tot Westerse modellen. Desondanks blijft de componist van het vroege werk Exile symfonie, dezelfde als de componist van de Mount St Helens symfonie (Symphony No. 50; 1982).

De fundamentele karakteristieken van het "Hovhaness geluid" zijn makkelijker te herkennen dan te definiëren; maar één van de duidelijkste kenmerken is het sterke mystiek/religieuze gevoelen in al zijn werken. Een ander is zijn uitgesproken vocale stijl (als Chopin) - zelfs zijn orkestrale werk neigt te klinken alsof het gezongen wordt - een effect nog geaccentueerd door zijn regelmatige gebruik van uitspringende solo lijnen over transparent strijk continuo (bijv. The Prayer of St Gregory voor trompet en strijkers uit de opera Etchmiadzin; 1946). Ook net als Chopin is Hovhaness vooral een miniaturist, zijn langste stuk op CD is momenteel de Majnun symfonie (Symphony No. 24; 1973), duurt 48 minuten; maar zelfs deze bestaat uit negen verschillende delen gespeeld met een pauze. De St Vartan symfonie (Symphony No. 9; 1950) bestaat uit niet minder dan 24 delen).

De muziek van Hovhaness gebruikt voortdurend consonante harmonieën, modaal of chromatisch georganiseerd eerder dan tonaal; en brengt het ritmeloze geluid van Senza Misura in evenwicht met contrapunt. Zijn muziek is over het algemeen en opzettelijk makkelijk om te spelen; hoewel de uitspringende solo lijnen in werken als The Prayer of St Gregory enigszins angstaanjagend kunnen zijn voor de solist. Gedurende zijn gehele carrière vond Hovhaness muzikale inspiratie in de praktische uitdagingen van "gebruiksmuziek", meest bekend misschien in de Symphony for Metal Orchestra (Symphony No. 17; 1963), die werd besteld voor – en voor het eerst uitgevoerd - tijdens een metallurgische conventie in Cleveland (daarom werd de symfonie geschreven voor het unieke ensemble van zes fluiten, drie trombones en metalen percussie).
Eén van zijn beroemdste werken And God Created Great Whales voor opgenomen walvisgeluiden en orkest (1970) past ook in deze categorie; geschreven in opdracht van Andre Kostelanetz om te passen rondom bestaande tapes van walvisgeluiden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 97.